Geweld barst los op de dag van de Wapenstilstand, 11 november 1918

Een gerucht doet de ronde in Brussel dat een staakt het vuren zou van kracht zijn en dat de oorlog gestopt is. De Brusselaars zullen het officiële nieuws pas op 12 november in de kranten lezen, maar zij vieren reeds met de Duitse revolutionairen, nog steeds de bezetter, de val van de Keizer, van het militarisme, de afkondiging van de republiek en de komst van de Wapenstilstand. Zij komen op straat om te feesten met de Belgische vlag in handen. De Brusselse bevolking is dol gelukkig, opgelucht dat de oorlog voorbij is. Overal komt er volk op straat om te jubelen, te zingen en te juichen. Duitse soldaten zingen de Brabançonne en de Marseillaise. De Brusselaars zijn fier dat ze eindelijk de nationale driekleur opnieuw mogen tonen. Patriottten zien deze misplaatse geestdrift met ledige ogen. Zij verkiezen te wachten tot de komst van de Koning en van de Belgische en Geallieerde soldaten om feest te vieren en de vlaggen uit te hangen.

Het feest is van korte duur : 's namiddags worden er geweerschoten gelost in het stadscentrum. Een bloedige strijd barst los tussen Duitse soldaten van verschillende politieke strekkingen; de Noordwijk wordt bezet door linkse soldaten. Mitrailleurs worden opgesteld. De eerste Brusselse slachtoffers vallen : een politieagent, Debie genaamd, wordt door twee kogels, één in de keel en een ander in de borst, getroffen en overlijdt in het ziekenhuis. Een tiener van 14 jaar komt eveneens om het leven. Men hoort geratel van mitrailleurs aan de Beurs, in de Gretrystraat, in de Anspachlaan, waar de persoonlijke secretaris van burgemeester Max, dhr Roeland, in de kuit wordt getroffen. Voorbijgangers worden door pick-pockets lastig gevallen. Chaos alom in Brussel, de trams rijden niet meer. Soldaten belegeren het hotel Scheers, rechtover het Noordstation, zij beschieten de officieren en vermoorden de bazin. Het Hotel Regent wordt geplunderd, de kluis wordt opengebroken en de manager vermoord. De moordenaar wordt snel gevat en onmiddellijk terecht gesteld. Anderen belegeren de Grand Hotel waar officieren zich verschuilen; anderen schieten op het voorplein van de Heilige Mariakerk en er wordt in het klein kasteeltje gevochten. In de wijk van het Stefaniaplein en in de Louizalaan, nemen linkse soldaten het hoofdkwartier van kroonprins Rupperecht onder schot. Elders schiet een nostalgische officier in het wilde rond, maar gelukkig wordt er niemand gewond. Op het de Brouckereplein, hebben officieren, die zich in het gebouw bevonden waar vroeger een Weinstubbe op de gelijkvloers gelegen was, op soldaten geschoten. Als vergelding hebben de soldaten gedurende drie kwartier met een mitrailleur op het gebouw geschoten.

De Duitse propaganda heeft opnieuw beweerd dat de Belgische bevolking met vuurwapens op Duitse soldaten geschoten heeft. Daar is niets van waar. De Duitsers lijden aan een Franc-tireur-syndroom. Brussels waarnemend burgemeester Steens en de Spaanse en Nederlandse afgezanten hebben de Soldatenrat kunnen overtuigen dat geen enkele Brusselaar op Duiste soldaten geschoten heeft.

 


Oorlogsgruwelen

Aan het begin van de oorlog dringt de realiteit van het conflict onverbiddelijk bij de Brusselaars door zodra de eerste gewonde of dode soldaten en gevluchte burgers in de hoofdstad aankomen.

Oorlogsgruwelen

Tijdens de bezetting wordt de informatie meer gefilterd. De Duitsers kondigen enkel hun eigen overwinningen via openbare bekendmakingen aan.

Clandestiene kranten (zoals "De Vlaamsche Leeuw" of "La Libre Belgique") proberen echter een andere 'realiteit' naar voren te brengen en het moraal van de bevolking weer op te krikken. Het nieuws is echter somber: de Duitse basis van Evere gebombardeerd, Leuven en Dinant verwoest, burgers worden geëxecuteerd, in Ieper wordt gas gebruikt, enz.

Om de burger bevolking rustig te stellen, zetten de legertoppen propagandacampagnes op touw. Het leger wordt afgebeeld als een groep scouts, babbelend, kokend, etend en bezorgd om het welzijn van de populaties van de bezette gebieden.

Ten slotte komen er stukje bij beetje nieuwe gruweldaden aan het licht door de terugkeer van verminkte of kreupele mensen, en slachtoffers van gifgas.

 

Zie ook:

Beelden van de moord op aartshertog Franz Ferdinand op 28 juni 1914. Dit evenement is het excuus van de Eerste Wereldoorlog.

(Andere suggesties te volgen)