Onderwijs

Vlak vóór de oorlog stemt het Belgisch Parlement de wet betreffende de leerplicht die alle kinderen van 6 tot 14 jaar, jongens én meisjes, verplicht om naar een basisschool naar keuze te gaan.

Bij niet-naleving van de wet hangt de ouders een gerechtelijke straf boven het hoofd. Ook tijdens de bezetting loopt het onderwijs in Brussel onverminderd voort, want de Duitse autoriteiten passen de Belgische wetgeving op dat vlak wel toe. De bezetter heeft echter wel een invloed op de keuze van de voertaal op school en dringt erop aan dat de lessen in het Duits gegeven worden.

Omdat de Stad Brussel zich vóór de oorlog al zorgen maakte over de voeding van de kinderen, verdeelt ze gedurende het hele conflict soep en brood in de schoolkantines, met de financiële steun van de Brusselse afdeling van het Comité National de Secours et d'Alimentation.