De Britse troepen verslaan de Duitse verdedigers op de verdedigingslinie van Selle en 20.000 Duitse soldaten worden gevangen genomen. Rond het eind van oktober 1918, zaten de Duitsers achter de Schelde. Om de druk op het terugtrekkende Duitse leger te behouden, lanceert de Legergroep Vlaanderen een nieuw offensief vanuit Ieper, tussen 14 en 30 oktober 1918.

Deze tweede faze, beter bekend onder de naam van Slag van Torhout - Tielt, is een gezamenlijke operatie van de Franse en Belgische legers : 7de en 34ste legerkorps en Franse tanks. In het midden worden de twee Franse legerkorpsen belast met het innemen van de stad Roeselare via het kanaal van Mandel. In het Noorden, moet het Belgisch leger het kanaal van Handzame en de stad Torhout innemen en in het Zuiden, moet het Belgisch leger het front tussen Roeselare en Ledegem doorbreken en de rechter oever van de Leie beschermen.

Het offensief begint met een voorbereidende beschieting en vervolgd door een aanval van de infanterie beschermd door tanks. De Fransen bereiken de steenweg Roeselare - Torhout en vallen Beveren aan, vervolgens voegen de Fransen zich bij het Belgisch leger in het Noorden en nemen gezamenlijk Handzame en Kortemark in.

Gebruik makend van de terugtrekking van het Duitse leger, lanceren de Belgische troepen op de overstroomde frontlijn Diksmuide-Nieuwpoort verzameld een offensief en bereiken op 16 oktober de Ijzer en vervolgens de Britse linies. Op  17 oktober, trekken de Duitsers zich terug in oostelijke richting en bevrijden de Belgen Oostende en de omstreken van Brugge. De Fransen bevinden zich voor de poorten van Tielt. De slag van Vlaanderen is voorbij, de slag aan de Leie kan nu beginnen.

 

 

De tweede fase van het Amerikaans-Franse Maas-Argonne-offensief begint op 14 oktober, na een periode van reorganisatie. De VS-troepen worden verdeeld onder twee legers : het 1ste onder generaal Hunter-Liggett en het 2de aangevoerd door generaal Robert Lee Bullard. Generaal Pershing voert het algemeen bevel over de twee legers.

Het 1ste leger rukt in gestadig tempo noordwaarts op, ondanks hevig Duits verzet. Het 2de leger trekt in noordoostelijke richting tussen de Maas en de Moezel. Om weerstand te kunnen bieden aan de Geallieerde opmars, zijn de Duitsers genoodzaakt uit andere bedreigde gebieden eilings versterkingen over te brengen. Alle partijen lijden zware verliezen. Tegen het eind van de maand oktober 1918, sterven de gevechten uit. De VS-troepen zijn erin geslaagd de derde Duitse verdedigingslinie door te breken. Begin november 1918 hervat het Maas-Argonne-offensief, na een korte rustperiode.

Vanaf 29 september 1918, valt de eenheid van de Centrale Mogendheden aan diggelen : Bulgarije vraagt een wapenstilstand en legt de wapens neer. De Duitsers zien zich genoodzaakt hun opinie over de Amerikaanse vredesvoorstellen te herzien. Na het ontslag van Rijkskanselier von Hertling op 30 september 1918 en de in functie treding van de nieuwe Rijkskanselier, op 1 oktober 1918, schrijft prins Max von Baden een vredesvoorstel gebaseerd op de veertien punten van president W. Wilson. De Geallieerden zijn argwanend, zij stellen als voorwaarde voor het begin van vredesonderhandelingen dat de Duitse legerleiding ontslag neemt.

De nieuwe Rijkskanselier is gematigd en "cool" : hij ondersteunde de gedachte van vredesonderhandelingen; hij was gekant tegen de onbeperkte duikbootoorlog en hij heeft Sociaal-Democraten in zijn  regering opgenomen.

De militaire toestand was uiterst kritiek, het Duitse front stond op het punt in te storten; er moest dus zo vlug mogelijk onderhandeld worden om een wapenstilstand te bekomen. Dit is de reden waarom de prins Max von Baden een vredesnota aan de Amerikaanse president geschreven heeft. De volgende dag, 4 oktober 1918, wordt de nota via Zwitserland naar Washington verstuurd. De Amerikaanse president is sceptisch tegenover de nota, hij vraagt zich af of de Duitse regering daadwerkelijk als één man achter de voorstellen staat, of het echt menens is. Zonder contact op te nemen met zijn Geallieerde ambtsgenoten, antwoordt hij op 8 oktober om de Duitse regering te testen. Wanneer hij overtuigd is van de goodwill van de Duitse regering zal hij vredsonderhandelingen starten. Als voorwaarde voor vredesonderhandelingen, stelt hij dat de Duitsers alle bezette gebieden ontruimen.

De andere Bondgenoten stelden strengere voorwaarden aan Duitsland. Wilson droomde van een wereld in vrede, open voor iedereen, hij wou dus Duitsland politiek en economisch niet uit evenwicht brengen. De Verenigde Staten waren gekant tegen de Geallieerde bezetting van de linkeroever van de Rijn, tegen de betaling van zware herstellingen die de economische heropbouw van Duitsland in het gedrang zou brengen.

De onderhandelingen zijn pas op 8 november 1918 begonnen.

Na de schitterende overwinning van generaal Sir Allenby en zijn troepen op de Turken bij de slag van Megiddo, zetten de Geallieerden hun opmars naar het Noorden verder. De Australische Lichte Ruiterij valt de stad Damascus binnen en maakt om en bij de 20.000 krijgsgevangenen (hoofdzakelijk gewonden, zieken, enz.). De Arabische guerillastrijders onder leiding van T.E. Lawrence waren reeds in de stad en ondanks de angst en de argwaan van de Britten, staat Damascus onder het bestuur van Arabieren. De volgende dag wordt Beiroet door Franse marinesoldaten ingenomen en vanaf 5 oktober 1918 bezet. Aleppo, 250 km meer naar het Noorden, valt op 25 oktober 1918.

Als gevolg van het akkoord Pico-Sykes valt de oude Turkse provincie Syrië (Syrië en Libanon) onder het Franse bestuur. Een gedeelte van de haven van Beiroet wordt heel snel omgevormd tot marinebasis. De Arabieren keuren het akkoord tussen Britten en Fransen niet goed, maar dit is een andere zaak.

 

Op 15 september 1918, lanceert het Geallieerd Oosterse leger onder bevel van de Franse generaal Louis Franchet d'Esperey een nieuw offensief tegen de Bulgaarse verdegingslinies. De Geallieerden hebben meer geluk dan in 1917 en doorbreken de vijandelijke linies. Het Bulgaarse leger ziet zich genoodzaakt zich terug te trekken.

Tsar Ferdiand I van Bulgarije ziet goed in in welke kritieke situatie zijn land zich bevindt en begint vredesonderhandelingen met de Bondgenoten. Op 29 september 1918 tekent Bulgarije een wapenstilstand in Thessaloniki en s'anderendaags eindigt het krijgsgeweld.

De voorwaarden voor een wapenstilstand waren de volgende : de Bulgaarse troepen moesten het Grieks en Servisch territorium ontruimen; de Bulgaarse regering moest alle oorlogswapens in leveren; de Duitse en Oostenrijkse troepen uit het land zetten en de Geallieerde troepen strategische punten binnen de Bulgaarse grenzen te laten bezetten.

Om te verhinderen dat de Bulgaarse monarchie zou omver geworpen worden en door een republiek vervangen zou worden, beslist tsaar Ferdiand I troonsafstand te doen in het voordeel van zijn oudste zoon die hem op 3 oktober 1918 op de troon volgt onder de naam Boris III. Het vredesverdrag van Neuilly-sur-Seine, op 27 november 1919 getekend, bekrachtigt de wapenstilstand van 29 september 1918.

In de nacht van 27 op 28 september 1918, opent de artillerie van de legergroep Vlaanderen het vuur en om 5u30 op 28 september 1918, gaat de infanterie van de legergroep Vlaanderen, bestaande uit het Belgisch leger, Britse en Franse eenheden, onder bevel van koning Albert I, tot de aanval over in de richting van Ieper om het legerkorps van Kroonprins Rupprecht van Beieren te verdrijven. Op 28 september begint de eerste fase van het bevrijdingsoffensief en duurt tot 4 oktober. Op de eerste dag worden de Duitsers van de heuvels rond Ieper verdreven. In de avond van 28 wordt het Houthulstbos ingenomen en op 30 september Diksmuide. Daarna gaat het offensief verder langs de kust, maar wordt door wateroverlast vetraagd. 

Na de eerste fase van het offensief ligt de strijdlust van de Belgische soldaten op een laag pitje, wegens de grove vergissingen en fouten door de legerleiding begaan. Het werd duidelijk dat de legerleiding niet in staat was een offensieve oorlog te voeren. Daarom hebben de Geallieerden beslist dat het Belgisch leger tijdens de tweede en derde fases als ondersteuning zou gebruikt worden. Dit stemde overigens overeen met de denkwijze van de Koning die zoverel mogelijk mensenlevens wou sparen.

 

De Britse troepen onder leiding van Maarschalk Sir Douglas Haig en Franse eenheden voeren gedeeltelijk het plan uit van Maarschalk Foch om de Duitsers op het westfront te vernietigen. De Geallieerden gebruiken 41 divisies om Cambrai en St-Quentin te bevrijden.

Het offensief wordt geleid door het Kanadezen van het Britse Iste leger onder generaal Sir Henry Horne en door het IIIde leger van generaal Sir Julian Byng. Ze breken door de Duitse linies, steken het Canal du Nord over en rukken op de eerste dag 5 km op in de richting van Cambrai. Tenslotte bezetten de soldaten van het Iste Britse leger op 28 september de voorsteden van Cambrai.

Op 29 september neemt ook het IVde Britse leger onder leiding van generaal Sir Henry Rawlinson deel aan het offensief, gesteund door het Franse Iste leger en door enkele VS divisies.

Onder stijgende druk van de Geallieerde legers, beslist het legerkorps van generaal Max von Boehn de Hindenburglinie te verlaten. Deze beslissing heeft een domino effect op de andere Duitse divisies in de nabijheid. Zij trekken zich allen terug in de richting van de Selle, op 16 km van hun start positie.