Het Eerste leger van generaal Pershings American Expeditionary Force lanceert het Maas-Argonne-offensief ten noorden van Verdun. Dit is één van de vele geplande offensieven van maarschalk Foch om de Duitsers  van de Hindenburglinie te verdrijven en hun overgave te bespoedigen.

Het Eerste leger is verdeeld in drie korpsen en bezet een front van 27 km van Forges bij de Maas tot in de bossen van de Argonne. Links van het Eerste VS leger bevindt zich het 4de Franse leger onder bevel van generaal H.J.E. Gouraud. De Amerikaanse soldaten stuiten op hevige weerstand van het Duitse leger van generaal Max von Gallwitz. De Fransen van hun kant strijden tegen de troepen van kroonprins Friedrich Wilhelm. De Duitsers bezetten drie optimaal versterkte verdedigingslinies op moeilijk terrein.

De aanval begint om 5u25. De Amerikanen boeken al gauw terrein en winnen tijdens de eerste vijf dagen 25 km. De opmars van de Fransen gebeurt minder snel. Ondertussen krijgen de Duitsers versterkingen en kunnen zo de Geallieerde opmars vertragen. Op 3 oktober zijn twee van de drie verdedigingslinies in handen van de Geallieerden.

In de lente van 1918, was de Britse generaal Allenby van plan een offensief te lanceren tegen de Turken en daarvoor had hij meer manschappen nodig, maar aangezien er een grootscheeps Duits offensief aan de gang was op het westelijk front, kon hij geen versterkingen verwachten. Toen het Duits offensief tot stilstand was gekomen, kreeg hij alle versterking die hij nodig had voor het laatste grootscheeps Geallieerd offensief in het Midden-Oosten, gaande van het noorden van Jaffa tot aan de Jordaanvallei. De voorbereidingen waren tot in de puntjes geregeld : namaak kampen en depots in het oosten in de omgeving van de Jordaanvallei, de troepen verplaatsten zich s'nachts en de aanvalsposities waren deskundig gecamoufleerd. De geallieerde stellingen werden geregeld door de RAF overvlogen om de Duitse verkenningsvliegtuigen op afstand te houden. Tot op de dag van de aanval was het Turks hoofdkwartier ervan overtuigd dat de Britten het gemunt hadden op de Jordaanvallei en daar was het 4de Turkse leger in paraatheid gebracht.

Op 17 september 1918 vielen de Arabische ruiters onder leiding van Lawrence of Arabia spoorweglijnen rond Deraa aan, als voorsmaakje op wat volgen zou.

Het luchtoffensief van de RAF en de Australian Flying Corps begon op 19 september 1918 met bombardementen op Turkse en Duitse militaire luchthavens, op communicatiecentra en op commandoposten. Het grondoffensief ging om 4u30 van start met een 20 minuten durende beschieting van de verdedigingslinies van de 7de en 20ste Turkse infanterie divisies. Heel snel boekt de Britse infanterie terreinwinst en doorbreekt de Ottomaanse linies. Tegelijktertijd valt de ruiterij de Turkse stellingen in het Noorden, langs de zeekust, aan zonder enige weerstand van belang tegen te komen. Op het eind van de eerste dag vluchten de overlevenden van het 8ste Turkse leger naar de heuvels in oostelijke richting. Zij kunnen de Britten niet meeer tegenhouden.

Het 7de Turkse leger van zijn kant was compleet van de buitenwereld gescheiden als gevolg van geallieerde luchtaanvallen. Hij werd tijdens zijn terugtocht door de Britse en Australische luchtmacht bestookt en uitgeschakeld.

De Turkse nederlaag was een voldongen feit, maar de gevechten duurden nog verder tot 26 september 1918. De Desert Mounted Corps van generaal Allenby neemt op 25 september Amman in zonder niet te veel verliezen. De Turken trekken zich terug in Syrië, maar op 26 oktober worden zij uit Aleppo verdreven. Tijdens de slag om Megiddo heeft het vliegtuig op een gruwelijke en dramatische wijze bewezen een onbeschermd leger helemaal te kunnen uitschakelen.

De Franse generaal Franchet d'Esperey, sinds juli 1918 algemeen bevelhebber , richt zijn eerste multinationale leger op : het Geallieerde Oosterse Leger, bestaande uit Fransen, Britten, Serviërs, Italianen, Grieken en Montenegrijnen.

Het Eerste en Tweede Servische leger valt Vardar aan. Op 25 september worden de Bulgaren terug gedreven en vier dagen later, op 29 september 1918 valt Skopje. Het Bulgaarse leger legt de wapens neer en Bulgarije vraagt als eerste bondgenoot van Duitsland een wapenstilstand aan.

Turkse troepen bezetten Bakoe, een belangrijk centrum voor olieproductie in de Kaukasus. De Britse troepen, geleid door generaal I.C. Dunsterville, worden gedwongen zich terug te trekken.

De foto toont het type derrick die in Bakoe gebruikt werd.

Het 1ste Leger van de American Expeditionary Force en het 2de koloniaal korps vallen de saillant van Saint-Mihiel aan, beschermd door een dikke mist en ondersteund door 600 vliegtuigen. De Duitsers geven snel de strijd op wanneer zij langs twee kanten tegelijk (westen en zuiden) worden aangevallen en de Amerikanen het dorp Hatton-Chätel innemen. Op 16 september 1918 wordt de saillant totaal geneutraliseerd.

De Amerikanen hebben 15.000 Duitse soldaten gevangen gernomen en 250 kanonnen als buit meegenomen. De verliezen aan Amerikaanse zijde worden op 7.000 gesneuvelden en gewonden geraamd. Generaal Pershing had zijn offensief kunnen voortzetten, maar hij beslist zijn troepen terug te trekken en in de streek van Maas-Argonne op te stellen waar hij van plan is een nieuw offensief te starten.

Tijdens de vergadering van 9 september 1918 te De Panne tussen Maarschalk Foch en Koning Albert I, aanvaardt de koning principieel dat hij het commando krijgt over de legergroep Vlaanderen, bestaande uit het Belgisch leger, het 2de Britse leger (en enkele Amerikaanse divisies), het 2de en 7de Franse legerkorps, artillerie en ruiterij. De koning kreeg als steun, de Franse generaal Degoutte en zijn stafmedewerkers. Tijdens zijn onderhoud met Maarschalk Foch op het kasteel Bombon (Seine-et-Marne), op 11 september 1918, geeft de Koning zijn officieel antwoord en wordt de facto opperbevelhebber van de Legergroep Vlaanderen.

Deze beslissing was een hele ommekeer voor de koning, die altijd geweigerd heeft dat het Belgisch leger deel uit zou maken van een groter geheel. Maar aangezien de bevrijding van het Vaderland nabij was, kon hij niet anders dan de leiding van een legergroep waarin het Belgisch leger geïntegreerd was waar te nemen. Hij stond onder het bevel van Maarschalk Foch, opperbevelhebber van alle geallieerde legers op het Westelijk front.

Op 28 september 1918, gaat de Legergroep Vlaanderen ten aanval en heeft als doel de streek tussen het Noorden van de Leie, tussen Armentières (Noord-Frankrijk) en de Nederlandse grens van de Duitsers te bevrijden.

Uit vrees voor een groot Frans-Amerikaans offensief tegen de saillant van Saint-Mihiel, beslist generaal Ludendorff zijn troepen terug te trekken uit de bedreigde zone.