De nieuwe Rijkskanselier, Prins Max von Baden, schrijft op 3 oktober 1918 een vredesnota

Vanaf 29 september 1918, valt de eenheid van de Centrale Mogendheden aan diggelen : Bulgarije vraagt een wapenstilstand en legt de wapens neer. De Duitsers zien zich genoodzaakt hun opinie over de Amerikaanse vredesvoorstellen te herzien. Na het ontslag van Rijkskanselier von Hertling op 30 september 1918 en de in functie treding van de nieuwe Rijkskanselier, op 1 oktober 1918, schrijft prins Max von Baden een vredesvoorstel gebaseerd op de veertien punten van president W. Wilson. De Geallieerden zijn argwanend, zij stellen als voorwaarde voor het begin van vredesonderhandelingen dat de Duitse legerleiding ontslag neemt.

De nieuwe Rijkskanselier is gematigd en "cool" : hij ondersteunde de gedachte van vredesonderhandelingen; hij was gekant tegen de onbeperkte duikbootoorlog en hij heeft Sociaal-Democraten in zijn  regering opgenomen.

De militaire toestand was uiterst kritiek, het Duitse front stond op het punt in te storten; er moest dus zo vlug mogelijk onderhandeld worden om een wapenstilstand te bekomen. Dit is de reden waarom de prins Max von Baden een vredesnota aan de Amerikaanse president geschreven heeft. De volgende dag, 4 oktober 1918, wordt de nota via Zwitserland naar Washington verstuurd. De Amerikaanse president is sceptisch tegenover de nota, hij vraagt zich af of de Duitse regering daadwerkelijk als één man achter de voorstellen staat, of het echt menens is. Zonder contact op te nemen met zijn Geallieerde ambtsgenoten, antwoordt hij op 8 oktober om de Duitse regering te testen. Wanneer hij overtuigd is van de goodwill van de Duitse regering zal hij vredsonderhandelingen starten. Als voorwaarde voor vredesonderhandelingen, stelt hij dat de Duitsers alle bezette gebieden ontruimen.

De andere Bondgenoten stelden strengere voorwaarden aan Duitsland. Wilson droomde van een wereld in vrede, open voor iedereen, hij wou dus Duitsland politiek en economisch niet uit evenwicht brengen. De Verenigde Staten waren gekant tegen de Geallieerde bezetting van de linkeroever van de Rijn, tegen de betaling van zware herstellingen die de economische heropbouw van Duitsland in het gedrang zou brengen.

De onderhandelingen zijn pas op 8 november 1918 begonnen.