De eerste militaire school voor honden werd in Duitsland, dichtbij Berlijn, in 1884 opgericht. Rond 1888-1889, heeft de Keizerlijke militaire staf de oprichting van verschillende kweekmaatschappijen voor honden aangemoedigd. Zo vinden we maatschappijen voor de kweek en opleiding van herdershonden, Dobermann's, Boxer's, Rotweiler's, Spitz, en, andere rashonden die als oorlogshonden zouden kunnen dienen. De Kronprinz heeft de belangrijkste Europese Bond van hondenkwekers opgericht en voorgezeten: Verein für deutsche Schäferhund. In 1914, telde het reeds meer dan 4000 leden afkomstig uit Duitsland en Oostentijk.  De Duitsers gebruikten vooral Airedales, Collies en twee nieuwkomers, de Duitse Scheper en de Dobermann.

In het begin van de oorlog, kon het Duitse leger op 6.000 honden rekenen, waaronder een groot aantal verpleeghonden door het Deutsche Verein für Sanitätshund geleverd. In de Duitse bezette gebieden werden de honden systematisch opgeëisd. België was daar geen uitzondering op.

Ondanks de perscampagnes, de voordrachten en lovenswaardige verslagen van de militairen, wou de Minister van Oorlog niets weten van een hondensectie in het Franse leger. In het begin van de oorlog stelde een hondendresseur uit Bourg - la - Reine aan de Minister van Oorlog voor om zijn opgeleide honden te gebruiken, maar tevergeefs.  Officieren van de "Chasseurs - alpins" drongen aan om oorlogshonden ter beschikking te krijgen, die zouden ingezet worden zoals in het Duitse leger. Eind december 1914, richtte een amateur hondendresseur een opleidingscentrum voor honden op in het 12de bataljon "Chasseurs - alpins", in de Vogezen gelegerd. Nog drie andere opleidingscentra voor oorlogshonden volgden heel snel. Uiteindelijk erkende de nieuwe Minister van Oorlog, Millerand, eind december 1914, de opleidingscentra voor oorlogshonden. Deze werden onder het gezag van de Directie van de Infanterie geplaatst. De meeste honden waren herdershonden. Zij werden gebruikt om gewonden op te zoeken, om bevoorrading en munitie te vervoeren, om wapenfabrieken en wapenopslagplaatsen te bewaken, enz.

Op de foto een afdeling van het Franse Rode Kruis uitgerust met honden. In Frankrijk werden 15.000 honden opgeëisd, 5.321 onder hen sneuvelden of werden vermist.

 

Organisatie van een biljartwedstrijd in het St Mary's Hospital te Londen.

In juli 1915, worden Russische krijgsgevangenen, uit Duitse gevangenkampen ontsnapt, op de binnenkoer van de Invalides te Parijs gehuldigd.

Op 22 mei 1915, komt een troepentransporttrein in botsing met een "boemeltrein" die op de hoofdlijn manoeuvreerde. Een derde trein, de sneltrein Londen - Glasgow, kwam in volle vaart in botsing met de twee verongelukte treinen. Sommige reizigersrijtuigen vatten vuur. 214 soldaten en officieren van de 1/7th Royal Scots (The Royal Regiment), 13 spoorbedienden en tal van burgers komen om het leven. Op de foto begrafenisstoet van Schotse soldaten afkomstig uit Leith.

Marie Depage-Picard was naar de Verenigde Staten gegaan om fondsen te werven voor "L'Hôpital de l'Océan", een chirurgisch ziekenhuis door haar man, Dr Depage, in De Panne gesticht. Verpleegkundige, kunstenares, oprichster van de scouting in België, overleed ze in het zinken van de boot Lusitania. Haar lichaam werd gerepatrieerd in De Panne, waar ze werd begraven in aanwezigheid van koning Albert en koningin Elizabeth. De stoffelijke resten werden na de oorlog overgebracht naar de begraafplaats van Bosvoorde.

Joseph Foster Stackhouse overleed op de boot Lusitania. Dit Oceanografisch Explorer keerde terug naar London. Hij was ook betrokken bij de Commission for Relief in Belgium.