Belgische burgers willen kost wat kost het land verlaten. In Oostende kunnen sommige vluchtelingen nog een plaats bekomen op een veerboot richting Dover. Anderen gaan aan boord van vissersboten richting Duinkerke of Engeland.

Duitse marinesoldaten marcheren door de straten van Gent.

Op 18 oktober 1914 wordt Gent door de Duitsers bezet. Duitse propagandapostkaart.

 

Beschermd door de Franse Marine fusilliers en door de 7de Engelse divisie, verlaat het Belgische veldleger Antwerpen in de richting van Gent. Uit vrees voor omsingeling, besluit het Opperbevel van het Belgisch leger geen defensielinie op het Kanaal Gent-Terneuzen op te richten. Gent wordt achter gelaten en met de Bondgenoten trekt het Belgisch leger naar het Westen, op een betere defensielinie.

 

Op 6 oktober 1914 naderen de Duitsers Antwerpen. Het wordt tijd dat de Koning een beslissing neemt: in Antwerpen blijven en het risico lopen gevangen genomen te worden of de Bondgenoten vervoegen. Jules Ingenbleek, persoonlijke secrataris van de Koning en Koningin Elizabeth hebben Albert I kunnen overhalen om Antwerpen te verlaten en naar het Westen te trekken om de Bondgenoten te volgen. Op 7 oktober vertrekt het Koningspaar uit Antwerpen en rijden naar Oostende, langs St-Niklaas Waas, Zelzate en Brugge. Tenslotte komen zij in Oostende aan op 10 oktober, waar zij in de Koninklijke Villa logeren. Ondertussen was het veldleger eveneens op weg naar het Westen van het land.

De val van Antwerpen wordt uitbundig door de Duitsers gevierd. In Berlijn komt de burger bevolking op straat en een orkest speelt patriottische liederen.

 

De Duitse keizerlijke vlag wappert op het symbool van Antwerpen: het kathedraal van Antwerpen.