Mata-Hari ter dood veroordeeld wegens spionage 15 oktober 1917

Mata-Hari pseudoniem van Margaretha Geertruida "Grietje" Zelle, geboren op 7 augustus 1876 te Leeuwarden en op 15 oktober 1917 door een vuurpeloton te Vincennes gefusilleerd. Na het faillissement van de winkel van haar vader en de echtscheiding van haar ouders, begint zij haar kleuterleidsteropleiding in Leiden, maar toen de directeur van de schoolinstelling haar avances begon te doen haalde haar oom haar uit de school. Op 18-jarige leeftijd trouwt zij met een Nederlandse Marineofficier MacLeod en samen vestigen zij zich in Nederlands-Indië, waar zij zich verdiepte in de Javaanse cultuur, onder andere in de dans. Na een familiedrama, keerden zij terug naar Nederland waar zij van elkaar scheidden.

In november 1903, - zij was toen 27 jaar oud - vestigt zij zich in Parijs waar zij een tijdje als amazone optreedt onder de schuilnaam Lady MacLeod en verdient haar leven als schildersmodel. In 1905, treedt zij op als Oosterse danseres in de Nouveau Cirque van Ernest Moller. Zij werd er door Emile Guimet, rijke orientalist, ontdekt en vanaf toen danste ze in de bibliotheek van de Musée Guimet, in een hindoe tempel omgetoverd. Dankzij haar uiterlijk en haar gezicht kwam zij gemakkelijk over als een Oosterse danseres. Aangemoedigd door haar succes in Parijs, reist zij door heel Europa met haar impresario Gabriel Astruc en leven in de luxe. Voor de mondaine wereld was zij van Oosterse afkomst en had een rijke vader. 

Na 1907, het jaar waarin zij een verhouding had met een Duits officier in Berlijn, verduistert haar ster. Aangezien zij overal in het krijt staat, voelt zij zich gedwongen om haar lichaam te verkopen. In 1915, verkoopt zij haar luxueus hotel in Neuilly en huurt een klein huisje in Den Haag. Zij ontvangt er de Duitse Consul Cremer, die haar talenknobbel wil gebruiken om uiterst geheime informatie te bekomen over het Franse leger, in ruil daarvoor worden al haar schulden kwijt gescholden.

In 1916, wordt zij in Parijs verliefd op een Russisch officier in dienst van de Franse Staat. Wanneer hij gewond naar Vittel wordt gezonden, loopt zij hem achterna. Zij maakt ook kennis met het hoofd van de Franse Geheime Dienst, die haar vraagt voor de Fransen te spioneren. Tijdens haar reizen komt zij ook in Madrid terecht waar zij verschillende spionnen tegenkomt. In januari 1917, begaat de Duitse militaire attaché in Madrid een blunder door een gecodeerde boodschap te sturen, waarvan de Fransen de code gekraakt hadden. Zo verneemt de Franse contra-spionage dat H-21 Mata Hari is. Haar Parijse hotelkamer wordt doorzocht, maar de Franse agenten vinden geen harde bewijzen, doch vinden zij twee cosmetische producten die in de samenstelling van synthetische inkt voorkomen terug.

Op 13 februari 1917 wordt zij gearresteerd op verdenking van spionage en verstandhouding met de vijand. Zij wordt meerdere malen verhoord, zelfds zonder de aanwezigheid van haar advokaat. Op 24 juli 1917 wordt zij schuldig bevonden aan spionage voor de vijand en ter dood veroordeeld. Zij wordt op 15 oktober 1917 in de polygoon van Vincennes gefusilleerd.

De vraag is of zij daadwerkelijk een Duitse spionne was of eerder een dubbelagent? Zij werkte misschien voor de Duitsers, maar alleszins de inlichtingen die zij verstrekte waren niet van groot belang. De Franse militaire overheid moest een zondebok vinden voor wat mis ging aan het Front.