Moord op Raspoetin (16-17 december 1916)

Deze Russische pelgrim, avonturier, mysticus, dief en heler, geboortig uit Siberië, heeft een belangrijke rol gespeeld in de val van de Russische keizerlijke familie. Voor de revolutie van 1905, reisde hij af naar St Petersburg om er de tsaar te ontmoeten om hem opnieuw op het rechte pad te brengen, want volgens hem was hij te verwesterd en te ver verwijderd van de Russische ziel. Maar hij heeft hem op dat ogenblik niet gezien. Verontrust door het feit dat zij tot nog toe geen zoon op de wereld gebracht had, zocht de Tsarina altijd de aanwezigheid van mystici en helers.  Eén van die mystici had de geboorte van prins Alexis voorspeld en daarbij was Raspoetin één van zijn vrienden. De groothertogin Militza heeft hem aan de keizerlijke familie voorgesteld. Dankzij zijn medische kennis en zijn gebeden, heeft hij de hemofile crisissen (bloedingen) van de tsarevitsj kunnen verzachten. Onder de charme van Raspoetin, heeft het keizerlijk paar hem op mondaine recepties uitgenodigd en hem aan de adel en aan de hoge burgerij van St Petersburg voorgesteld. Hij had vrienden, maar hij telde eveneens vele vijanden op het Keizerlijk Hof en bij het volk, die hem vreesden en hem van alle kwalen beschuldigden. Hij maakte gretig gebruik van zijn beroemdheid om de binnenlandse politiek van Rusland te beïnvloeden; zo dwarsboomde hij de modernisering van de Russische maatschappij.

Pacifist in hart en nieren, verzette hij zich tegen de oorlog tegen de Centrale machten. In het begin van de oorlog verbleekt de ster van Raspoetin, maar wanneer de militaire toestand onzeker werd, de bevoorrading moeilijker en er een nijpend tekort was wapens, voelde de Tsaar zich gedwongen om het leger vanop het front te leiden. De tsarina werd regentes en Raspoetin raadgever. Na de vele zware nederlagen in 1916, werd Raspoetin met de vinger gewezen en beticht van landverraad.

Geschokt door Raspoetin's schandalige reputatie en verdorven leven, trachtte de familie Romanov hem uit de weg te ruimen. In de nacht van 16 (29) op 17 (30) december 1916, werd hij in de val gelokt door prins Felix Joessoepov en door de samenzweerders (waaronder een prins uit de keizerlijke familie, politici en hoge officieren) vermoord.