Op 21 november 1916 overlijdt de Oostenrijkse keizer Frans-Jozef

Na 68 jaar geregeerd te hebben, overlijdt de keizer van Oostenrijk Frans-Jozef (° 1830 - 1916), weduwnaar van keizerin Elizabeth ("Sissi"), op het kasteel van Schönbrunn op 21 november 1916.

Zijn regering verliep niet zonder problemen. In het begin had hij te kampen met de revolutie van 1848 die hij hardhandig aanpakte. Na de Oostenrijkse nederlaag in de Oostenrijks-Pruissische oorlog van 1866, werd hij gedwongen hervormingen door te voeren, zoals bv. het koninkrijk Hongarije op dezelfde voet te behandelen als het Oostenrijks keizerrijk. Door zijn halsstarrig beleid joeg hij de slavische bevolking tegen zijch in het harnas. In 1873, sloot hij een verdrag met de keizer van Duitsland en met de Tsaar. Maar toen bleek dat de Tsaar een groot deel van de Balkan wou inpalmen zocht Frans-Jozef bescherming bij zijn Duitse ambtgenoot. In 1908, lijft hij Bosnië-Herzegovina bij zijn keizerrijk in.

Voor de Slavische bevolking was de emmer vol en een Servisch nationalist schoot aartshertog Frans-Ferdinand, neef van keizer Frans-Jozef, op 28 juni 1914 te Sarajevio neer. Door een domino effect begon de Eerste Wereldoorlog. Na één jaar strijd, had keizer Frans-Jozef genoeg geleden. Maar zijn bondgenoot Willem II wou de oorlog niet stoppen. Het is in deze context dat hij schielijk op 21 november 1916 overleed.

Het Habsburg keizerrijk zou hem niet lang overleven (november 1918).