Belgische dwangarbeiders in Duitsland (oktober 1916)

Toen het Duitse Keizerlijke leger in Verdun en aan de Somme zware verliezen leed, heeft het opperbevel druk uitgeoefend op de burgerregering in Berlijn om zestien-jarige mannen en vijftigers op te trommelen om naar het Front te trekken. De vrijgekomen jobs in de Duitse wapenindustrie, in de metaalnijverheid, in de steenkoolmijnen en in de landbouw moesten ingevuld worden. Daarvoor waren de Belgische werklozen (de "luiaards") en arbeiders de geschikte slachtoffers. Volgens de Duitse Militaristen was de moment aangebroken om België te leren wat oorlog betekende. In september 1916 werden goederen in opslagplaatsen geplunderd en op 26 oktober 1916 werden de werkloze mannen en de arbeiders uit Quiévrain naar Duitsland vervoerd. Vele Belgische dwangarbeiders zouden niet terugkeren na maart 1917.  Het was niet de beste periode voor de mannen die de leeftijd hadden om voor het leger opgeroepen te worden (16 à 55 jaar) en die leken op arbeiders, want zij liepen het risico op straat door Duitse soldaten opgepakt te worden! De mannen die in de zone van de Gouverneur-generaal woonden (bv Limburg en Brabant) werden naar Duitsland vervoerd, terwijl de mannen uit de etappe-zone (bv Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen en de steden en gemeenten langs de Franse grens) naar Noord-Frankrijk, dichtbij het Front, gestuurd werden. Zij waren echte dwangarbeiders, slaven uit de moderne tijden : mishandeling en ondervoeding alom.

Dit beleid heeft zoveel protest uitgelokt bij Kardinaal Mercier, de Bondgenoten en de Neutrale landen, dat er geen dwangarbeiders meer naar Duitsland werden gezonden na maart 1917. Desondanks, werden er nog Belgische dwangarbeiders dichtbij het Front gebruikt tot op het einde van de oorlog.

Vanaf eind 1916, vatte de Duitse bezetting haar donkerste en meest repressieve periode aan.

Artikel over de Belgische dwangarbeiders in Duitsland : http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/14-18/1.2137936