De Armeense genocide 1915

De Armeense genocide uit 1915 is niet de eerste gruwelddaad van het Ottomaanse Rijk jegens de Armeense bevolking. Zij heeft er reeds anderen gekend op het einde van de 19de eeuw, tussen 1894 en 1896, wanneer de Armeniërs hunkerden naar hervormingen en moderniteit. De jonge Turken, jonge Turkse nationalistische officieren, namen in 1908 de macht in handen om een einde te stellen aan de hebzucht van de buitenlandse grootmachten en de vrijgevigheid tegenover de Arabieren. De gewezen sultan wordt in 1909 afgezet en door Mehmet V vervangen. Hij staat onder strenge controle van een door Enver Pacha geleid Comité voor Eenheid en Vooruitgang. Het doel van de Turkse nationalisten was een homogeen raciaal Turkse natie op te bouwen. In dit kader, boycotten zij de Griekse, Joodse en Armeense handelszaken. De eerste Armeense slachtoffers vallen reeds in 1909 in Adana.

Na de Turkse nederlaag in de Balkanoorlog (1912-1913), hadden de Jonge Turken een eitje te pellen met de Russen en de Westerlingen. Toen de Eerste Wereldoorlog uitbrak, kozen de Nationalisten de zijde van de Centrale Machten tegen Rusland en de Westerse Bondgenoten. Het Turkse leger heeft nogmaals nederlagen gekend in de Caucasus in hun strijd tegen de Russen. Daar komt bovenop dat de Armeniërs, Christenen, de zijde kozen van de Russen, eveneens Christenen. Op 7 April 1915, komt de stad Van, in Oostelijk Turkije, in opstand en stelt een autonome regering samen. Op 25 April landden de Geallieerden op het schiereiland Gallipoli. De Jonge Turken maken dakbaar gebruik van deze situatie om over te gaan tot de fysieke uitschakeling van de Armeense bevolking in Turkije. Ten eerste, doodden zij de Armeense Intelligentsia uit Constantinopel, daarna de Armeniërs die dienst deden in het leger en later de uitschakeling van de Armeense bevolking in de Oostelijke provincies van Turkije. Uit de tekst van een telegram dat de Turkse regering aan alle provinciegouverneurs verzond, blijkt dat zij alle Armeniërs die in Turkije woonden wou uitschakelen, zonder rekening te houden met de leeftijd of het geslacht van de slachtoffers. De manier van handelen was vrij. Eerst werden de mannen jonger dan 20 jaar en ouder dan 45 verzameld en gedood of voor zware arbeid gebruikt. De deportatie van Armeniërs werd vanaf 27 Mei 1915 bij wet geregeld. Vrouwen en kinderen werden tijdens de hete zomermaanden naar Deir ez_Zor, op de oevers van de Eufraat, in Ottomaans Syrië gedeporteerd. Velen onder hen stierven onderweg van dorst, honger en gruweldaden.