Overleg van Loppem, 11 - 14 november 1918

In oktober 1918, eisten de linkse partijen, Liberale partij en de Belgische Werklieden Partij (B.W.P.), om in een regering van nationale unie te worden opgenomen, op voorwaarde dat het Algemeen stemrecht voor mannen vanaf 21 jaar onmiddellijk zou ingevoerd worden. De Liberalen hadden nog twee andere voorwaarden : de uitsluiting van het stemrecht voor vrouwen en de uitbreiding van evenredige vertegenwoordiging. De Socialisten eisten ook nog de onvoorwaardelijke afschaffing van artikel 310 uit het strafwetboek dat het stakingsrecht beperkt.

De Katholieken waren verdeeld tussen degenen die zich vastklampten aan de macht, die zij sinds 1884 zonder onderbreking alléén uitoefenden en degenen die tot een transactie wilden komen met de linkse partijen. De Katholieke progressisten, met Jaspar op kop, waren tot een akkoord gekomen en stelden een programma in drie punten voor. Ten eerste de afschaffing van het meervoudig stemrecht en de invoering van het Algemeen stemrecht voor mannen en vrouwen vanaf 25 jaar, zonder leeftijdsbeperking voor militairen. Ten tweede gingen zij akkoord met de invoering van zedenles in de lagere school in ruil voor gelijke subsidiëring. Ten derde wat het taalvraagstruk betrof, vroegen zij dat de tweetaligheid voor ambtenaren werd uitgebreid en dat de Gentse universiteit vernederlandst werd - of althans de vier faculteiten. 

Toen de oorlog eindigde op 11 november 1918, waren de drie partijen nog niet tot een akkoord gekomen. Er waren  twee struikelblokken : het Algemeen stemrecht en de gelijke subsidies voor het Katholiek onderwijs.

De Duitse revolutie in Brussel zou de onderhandelingen versnellen. Franqui en de Spaanse ambassadeur in Brussel hebben aan Paul-Emile Janson voorgesteld naar Loppem te gaan om de koning op de hoogte te brengen van de gevaarlijke toestand in Brussel en hem te vragen de komst van de Belgische troepen te versnellen. In Gent heeft hij Ed. Anseele meegenomen. Samen hebben zij de toestand in Brussel uitgelegd en het politiek programma van de linkse partijen uiteengezet (invoering van het Algemeen stemrecht voor mannen vanaf 21 jaar, zonder Grondwetsherziening).

Op 13 november 1918, toen het Koninklijk echtpaar in Gent zijn Blijde intrede deed, hielden de Koning en Franqui overleg. Het resultaat was dat de katholiek Delacroix de nieuwe eerste minister zou worden en dat het kabinet-Cooreman van Le Havre moest opstappen. De rechter zijde (katholieken) sprak van een "staatsgreep".

Op 14 november 1918, nodigde de Koning in Loppem een tiental prominente staatslieden van de drie traditionele partijen, met uitzondering van Charles Woeste en de Broqueville uit. De Vorst had ze opzettelijk genegeerd. Het overleg duurde niet lang, aangezien het hier ging om het legitimeren van de beslissingen van de Koning en van Franqui. Op dezelfde dag werd Delacroix door de Koning belast met het vormen van de nieuwe regering van nationale unie. We weten niets over de vorming van de regering-Delacroix, maar een ding is zeker, de linkse partijen hebben hun slag thuis gehaald : Algemeen stemrecht voor mannen vanaf 21 jaar en de gelijke vertegenwoordiging werden een feit.