Staking van de Brusselse magistraten en advokaten, februari - november 1918

Op 7 februari 1918, komt het Hof van Beroep van Brussel bijeen om de klacht van de wetgevende macht tegen de Raad van Vlaanderen wegens het in gevaar brengen van de veiligheid van het Land, te bestuderen. Een Duitse hoge ambtenaar, Herr Schauer, de functie van Minister van Justitie uitoefend, komt heel snel  ter plekke en bedreigd de procureur-generaal van het Hof van Beroep, Jottrand, dat er vergeldingsacties gaan volgen. Desondanks, houdt het Hof van Beroep zitting in de namiddag en beslist eenparig de Raad van Vlaanderen strafrechtelijk te vervolgen. Er wordt onmiddellijk een procureur des Konings en een onderzoeksrechter aangewezen. Een arrestatiebevel wordt uitgevaardigd tegen de heren Tack, Borms en Lambrichts. De volgende ochtend, vroeg in de morgen, worden twee van de drie verdachten aangehouden (Lambrichts was afwezig). De gouverneur-generaal bevrijdt de twee beschuldigden en neemt beslag op het dossier ten laste. Herr Schauer verklaart dat vanaf nu de Duitsers geen rekening meer zullen houden met de Belgische wetten en de Belgische Gerondwet! Als vergelding op de aanhouding van twee van zijn leden, vraagt de Raad van Vlaanderen aan de gouverneur-generaal dat de magistraten van het Hof van Beroep van hun functie zouden ontheven worden, met verlies van wedde en dat sommigen onder hen naar Duitsland zouden gedeporteerd worden. Vervolgens, vraagt de Raad nog dat de ambtenaren, industriëlen en Volksvertegenwoordigers (o.a. De Vogel, bureelhoofd van de Dienst Openbaar Onderwijs van de Stad Brussel, Lodewijk Franck, Antwerps Volksvertegenwoordiger en Braun, burgemeester van Gent), die van hun macht misbruik maken om de meningsvrijheid van de Activisten te verhinderen, ook zouden worden opgepakt. Gedurende de weekend werden de voorzitter van het Hof van Beroep en drie voorzitters van gerechtelijke kamers door de Duitsers gearresteerd. Hun collega's hoge magistraten beslissen op 11 februari niet meer te zetelen : de hoge magistraten van het Hof van Cassatie heffen alle zittingen op. De advokaten en het Parket vervoegen de stakers op 12 februari. Het Parket houdt zich nog enkel bezig met het opsluiten van verdachten die op heterdaad werden betrapt. Zij worden onmiddellijk in de gevangenis van Vorst opgesloten. Op 12 februari volgt het Handelsgerechtshof. Ondertussen, werden de drie voorzitters van het Hof van Beroep naar Duitsland , Celle-Schloss, waar Adolf Max reeds opgesloten zit, overgebracht. Het Brussels gerecht blijft tot de terugkeer van de Koning in Brussel, in november 1918, in staking. Elders in België wordt de staking meestal gevolgd, maar in de Etappe-gebieden (bv. Gent), blijven de magistraten verder werken om te verhinderen dat de Belgische gerechtshoven gedwongen door Duitse zouden vervangen worden.