Tijdens zijn redevoering voor het Amerikaans Congres op 8 januari 1918, heeft de president van de Verenigde Staten, W. Wilson, zijn programma om een einde te maken aan de Eerste Wereldoorlog en om een langdurige en billijke vrede te bekomen in Europa en in de Wereld uit een gezet. Deze programma kan in 14 punten samengevat worden, waarvan de belangrijkste de volgende zijn : vrijheid van scheepvaart op alle zeëen; afschaffing van alle economische barrières; ontwapening; ontruiming van alle gebieden door de Duitsers ingenomen, zoals België en Elzas-Lotharingen; zelfbeschikkingsrecht voor alle volkeren (zelfs voor de Duitsers) en de oprichting van een Volkerenbond om aan grote en kleine staten wederzijdse waarborgen te verstrekken van hun politieke onafhankelijkheid en territoriale onschendbaarheid.

De Amerikaanse president was door en door vredelievend en idealist. Hij geloofde echt dat alle vrije volkeren in vrede en in goede verstandhouding konden leven.

Spijtig genoeg heeft hij zijn vredesprogramma zonder medeweten van zijn Westerse bondgenoten uitgedokterd. De meesten van hen waren nog koloniale grootmachten die het zelfbeschikkingsrecht voor de kolonies niet aanvaardden.

Sommige van zijn aangehaalde punten werden in het Vredesverdrag van Versailles opgenomen en liggen aan de basis van de oprichting van de Volkerenbond.

Uiteindelijk heeft de Amerikaanse Senaat het Verdrag van Versailles nooit ondertekend en zijn de Verenigde Staten nooit lid geweest van de Volkerenbond. Het zelfbeschikkingsrecht werd aan de verslagen landen en aan de gekoloniseerde volkeren ontzegd, die heel veel gehoopt hadden van een soort zelfbestuur of zelfs onafhankelijkheid. Deze ongelijkheden tussen de volkeren gaan leiden tot een tweede grote slachtpartij twintig jaar later.

Deze tentoonstelling heeft in New-York plaatsgevonden in de Grand Central Palace van 24 november tot en met 12 december 1917. Zij had tot doel aan de Amerikaanse bevolking te tonen hoe de Duitsers oorlog voerden op het Front. Het mooiste stuk van de tentoonstelling was zonder twijfel de Engelse tank Mark IV ("Female") die een nagebootste Hindenburglinie op schaal 1:1 aanviel. Meer dan 250.000 Amerikaanse bezoekers kwamen de tentoonstelling bekijken, wat goed was voor een opbrengst van  571.438 US$, onderverdeeld onder de verschillende weldadigheidsinstellingen.

De Brusselaars klaagden ook over de herfst en de winter 1917-1918, want zij waren even koud als in 1916-17. Zij die geen steenkool hadden om zich te verwarmen en om een maaltijd klaar te maken, konden naar de Nationale Bank gaan om er zich te verwarmen en om er een  lekkere en warme soep te eten. Er werden er dagelijks om en bij de 1000 soepporties uitgedeeld.

Door de veelvuldige vorderingen van steenkool door de Duitse bezetter, hebben de Brusselaars het moeilijk om nog steenkool te vinden om zich te verwarmen en om te koken. Wanneer er een verdeling van steenkool aangekondigd wordt, zoals in november 1917, dan staan de Brusselaars in de rij met een kar, een kruiwagen of een boodschappentas. Spijtig genoeg is er niet genoeg voor iedereen.

Sinds Maart 1917, verdrijft het Duitse leger de inwoners, vooral vrouwen, kinderen en bejaarde personen uit de Vlaamse en Noordfranse plattelandsdorpen en eist de mannen tussen 18 en 45 jaar op om nieuwe verdedigingslinies te bouwen om zo de geallieerde opmars tegen te houden. De vluchtelingen worden naar midden-België vervoerd. In Brussel stad vinden vluchtelingen uit Menen, Mesen en steden uit Noord-Frankrijk onder dak bij de Zusters van de Armen, in de Hoogstraat. Anderen vinden onder dak in de Jerichostraat. De bevoorrading van deze nieuwkomelingen is een ware kopzorg geweest voor het Nationaal Comité voor Hulp en Voeding. Gelukkig konden de vluchtelingen rekenen op de tussenkomst van de verschillende Brusselse weldadigheidsinstellingen om te eten en om zich te kleden.

In zijn brief aan Lord Rothschild, voorzitter van de British Zionist Federation, geeft de Britse Minister van Buitenlandse Zaken,  Arthur Balfour, zijn steun voor de oprichting van een Joodse staat in Palestina. Verder drukt hij in zijn brief beter bekend onder de "Balfour Declaration", de behoefte uit aan bescherming om de burgerlijke en religieuze rechten van bestaande niet-joodse gemeenschappen in Palestina te behoeden.

Ein september 1917, werd één van de opslagplaatsen van het Nationaal Comité voor Hulp en Voeding (NCHV) in de haven van Brussel (Havenlaan) door een brand verwoest. De vetten en de olie die op het water dreven werden door de zeepproducenten tegen een hoge prijs opgekocht.