Gedurende de maanden augustus en september 1916, werd Brussel door geallieerde vliegtuigen overvlogen. Het doelwit was de Zeppelin-basis van Evere.

In de namiddag van 2 augustus 1916, vielen geallieerde bommenwerpers de basis van Evere aan, maar het doel werd niet geraakt. Een barak voor het grondpersoneel werd getroffen. De Duitsers reageerden niet snel genoeg en wegens gebrek aan coördinatie schoten ze in alle richtingen.

Op 6 augustus kwamen de geallieerde vliegtuigen terug. De hangar van Evere werd door bommen geraakt, maar tussen 2 en 6 augustus hadden de Duitsers de tijd gehad om hun Zeppelins op een veilige plek te verbergen.

In de avond van 6 september 1916, viel een Belgisch vliegtuig opnieuw de basis van Evere aan en dropte ook nog patriottische vlugschriften over Brussel. De Brusselaars kregen toen een fantastisch kleurrijk vuurwerk te zien : ontploffingen in de richting van Evere en het Duitse spervuur. Bij het lezen van de vlugschriften kregen de Brusselaars opnieuw moed om verder te leven. Volgens sommigen zou de hangar van Etterbeek vernietigd zijn en zou een meisje uit Sint-Gillis een arm verloren hebben.

Sinds Februari 1915, hadden de Duitsers de Britse wateren tot oorlogszone uitgeroepen. Handels- en oorlogsschepen van de Entente mochten zonder waarschuwing gekelderd worden. De Britse Admiraliteit gaf geheime richtlijnen aan de Britse koopvaardij: in geval van ontmoeting met een Duitse U-Boot, niet stoppen, niet van koers veranderen, in de richting van de duikboot varen om hem de schrik op het lijf te jagen en hem te dwingen te duiken.

Kapitein Fryatt voerde het bevel op een ferry tussen Harwich en Rotterdam. Sinds Februari 1915, had hij reeds tweemaal een duikboot ontmoet. Toen hij op de Britse veerboot Brussels voer, had hij bijna de U-33 geënterd. Daardoor wou de Duitse Admiraliteit hem levend te pakken krijgen.

In de nacht van 22 Juni 1916, voer hij van Rotterdam naar Harwich met 100 Russische en Belgische vluchtelingen en  390 t. post en goederen aan boord. De veerboot was amper de Maasboei gepasseerd of hij werd door een Duitse wachtboot gevolgd. Negen Duitse schepen omsingelden de boot en de hele bemanning werd gevangen genomen. Het schip werd in de haven van Zeebrugge vastgeketend en de gevangenen naar Brugge vervoerd. Met de hulp van de Amerikaanse ambassade, heeft het Britse Foreign Office alles geprobeerd om de Britse held, kapitein Fryatt, vrij te krijgen, maar tevergeefs. Op 27 Juli 1916, werd hij door een militair tribunaal schuldig bevonden aan "Freischützen" (als burger had hij een duikboot proberen te kelderen), ter dood veroordeeld en op dezelfde dag nog te Brugge gefusilleerd.

Op 31 juli 1916, stelde de Britse regering het Parlement op de hoogte van het slechte nieuws. De pers verspreidde heel snel het nieuws en in een mum van tijd was de hele Britse en Amerikaanse bevolking op de hoogte van het gebeuren. Geldinzamelingen werden overal in Groot-Britannië gehouden om de weduwe van de kapitein geldelijk bij te staan. Het stoffelijk overschot van Fryatt werd in Juli 1919 van Brugge naar Dovercourt, zijn geboortestad, met militair eerbetoon overgebracht.

Tijdens de gevechten rond de Franse garnizoenstad Verdun, werden tal van kerken en dorpen beschoten en met de grond gelijk gemaakt. De kerk van Agicourt in juni 1916 beschadigd.

De kanonniers laden de granaat in het zware kanon via de kulas.

De matrozen plaatsen de granaten op de lift.

Kort voor de slag bij Jutland, publiceerde het franstalig tijdschrift L'Evénement illustré uit April 1916 een reportage over het leven van de matrozen in de geschutskoepel van een Nederlands pantserschip. In het onderste gedeelte van de geschutskoepel worden de granaten van de munitiekamer naar het bovenste deel van de geschutskoepel door middel van een lift vervoerd.