In deze nota vraagt president Wilson aan de oorlogvoerende landen hun oorlogsdoelstellingen uit de doeken te doen. Hij werpt zich op als bemiddeelaar tussen de grootmachten in oorlog. Duitsland wijgert halsstarrig dat Amerika als bemiddelaar optreedt en antwoordt niet op de nota van de Amerikaanse president. Duitsland wil zijn veroverde gebieden kost wat kost behouden. België en de Geallieerden, daarentegen, antwoorden op de nota, maar volgens Wilson zijn hun vredesvoorwaarden overdreven (teruggave van Elzas-Lotharingen aan Frankrijk). Met als gevolg dat de president zich louter gaat toeleggen op de oprichting van een internationaal verbond (Volkerenbond) en pleit voor een vrede zonder overwinning, of zelfs een blanco vrede.

In Duitsland is het voedsel tekort en het gebrek aan mankracht verontrustend geworden. De slag bij Verdun wordt een ramp voor de Duitsers. In een eerste faze zendt kanzelier Bethmann-Hollweg ambassadeur von Bernstorff naar de Verenigde Staten om er de Amerikaanse regering te polsen over de organisatie van een vredesconferentie. Maar aangezien de wijfelende houding van de Amerikanen en de bezetting van Boekarest, overhandigt de Duitse kanselier zijn vredesvoorstel aan de Bondgenoten. Volgens hem de laatste kans om tot een evenwichtige vrede te komen. De Centrale machten, door keizer Wilhelm II ondersteund, willen vredesonderhandelingen beginnen op basis van het vredesvoorstel van Bethmann-Hollweg. Voor de Bondgenoten is dit voorstel onaanvaardbaar; de Duitsers willen het front vastleggen in hun voordeel en de Centrale machten bewaren hun veroverde gebieden, d.w.z. België komt niet vrij en Elzas-Lotharingen wordt niet aan Frankrijk terug geschonken. Op 30 december 1916 verwerpen de Entente mogendheden het Duitse vredesvoorstel, want hooghartig en verwaand beschouwd.

Na de verwerping van het Duitse vredesvoorstel door de Geallieerden, schuift de Duitse propaganda de verantwoordelijkheid voor de voortzetting en de verharding van de oorlog (bv onbeperkte duikbootoorlog) in de schoenen van de Bondgenoten.

In het begin, was Koning Albert I van oordeel dat het Vrije België het recht had zelf aan het Duitse voorstel te antwoorden. Maar onder Franse en Britse druk werd het Belgisch antwoord in dezelfde zin geschreven als dat van de Bondgenoten.

Na 68 jaar geregeerd te hebben, overlijdt de keizer van Oostenrijk Frans-Jozef (° 1830 - 1916), weduwnaar van keizerin Elizabeth ("Sissi"), op het kasteel van Schönbrunn op 21 november 1916.

Zijn regering verliep niet zonder problemen. In het begin had hij te kampen met de revolutie van 1848 die hij hardhandig aanpakte. Na de Oostenrijkse nederlaag in de Oostenrijks-Pruissische oorlog van 1866, werd hij gedwongen hervormingen door te voeren, zoals bv. het koninkrijk Hongarije op dezelfde voet te behandelen als het Oostenrijks keizerrijk. Door zijn halsstarrig beleid joeg hij de slavische bevolking tegen zijch in het harnas. In 1873, sloot hij een verdrag met de keizer van Duitsland en met de Tsaar. Maar toen bleek dat de Tsaar een groot deel van de Balkan wou inpalmen zocht Frans-Jozef bescherming bij zijn Duitse ambtgenoot. In 1908, lijft hij Bosnië-Herzegovina bij zijn keizerrijk in.

Voor de Slavische bevolking was de emmer vol en een Servisch nationalist schoot aartshertog Frans-Ferdinand, neef van keizer Frans-Jozef, op 28 juni 1914 te Sarajevio neer. Door een domino effect begon de Eerste Wereldoorlog. Na één jaar strijd, had keizer Frans-Jozef genoeg geleden. Maar zijn bondgenoot Willem II wou de oorlog niet stoppen. Het is in deze context dat hij schielijk op 21 november 1916 overleed.

Het Habsburg keizerrijk zou hem niet lang overleven (november 1918).

Toen het Duitse Keizerlijke leger in Verdun en aan de Somme zware verliezen leed, heeft het opperbevel druk uitgeoefend op de burgerregering in Berlijn om zestien-jarige mannen en vijftigers op te trommelen om naar het Front te trekken. De vrijgekomen jobs in de Duitse wapenindustrie, in de metaalnijverheid, in de steenkoolmijnen en in de landbouw moesten ingevuld worden. Daarvoor waren de Belgische werklozen (de "luiaards") en arbeiders de geschikte slachtoffers. Volgens de Duitse Militaristen was de moment aangebroken om België te leren wat oorlog betekende. In september 1916 werden goederen in opslagplaatsen geplunderd en op 26 oktober 1916 werden de werkloze mannen en de arbeiders uit Quiévrain naar Duitsland vervoerd. Vele Belgische dwangarbeiders zouden niet terugkeren na maart 1917.  Het was niet de beste periode voor de mannen die de leeftijd hadden om voor het leger opgeroepen te worden (16 à 55 jaar) en die leken op arbeiders, want zij liepen het risico op straat door Duitse soldaten opgepakt te worden! De mannen die in de zone van de Gouverneur-generaal woonden (bv Limburg en Brabant) werden naar Duitsland vervoerd, terwijl de mannen uit de etappe-zone (bv Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen en de steden en gemeenten langs de Franse grens) naar Noord-Frankrijk, dichtbij het Front, gestuurd werden. Zij waren echte dwangarbeiders, slaven uit de moderne tijden : mishandeling en ondervoeding alom.

Dit beleid heeft zoveel protest uitgelokt bij Kardinaal Mercier, de Bondgenoten en de Neutrale landen, dat er geen dwangarbeiders meer naar Duitsland werden gezonden na maart 1917. Desondanks, werden er nog Belgische dwangarbeiders dichtbij het Front gebruikt tot op het einde van de oorlog.

Vanaf eind 1916, vatte de Duitse bezetting haar donkerste en meest repressieve periode aan.

Artikel over de Belgische dwangarbeiders in Duitsland : http://deredactie.be/cm/vrtnieuws/14-18/1.2137936

 

 

In het dorp Esnes is het de beurt aan de burgers om ingeënt te worden. Om epidemies te voorkomen, is het aangewezen om de soldaten aan het Front en de burgers achter het Front in te enten (november 1916). Foto van hulpgeneesheer Harlandt.

Duits veldhospitaal uitgerust met een bacteriologisch en chemisch laboratorium. Het onderzoek naar bestrijdingsmiddelen tegen bacteries stopt niet in oorlogstijd. (1916) Foto van Inspecteur van veldhospitalen Barthel.

In een Duits veldhospitaal wordt stoom gebruikt om de kleren te ontsmetten. Hygiëne is van levensbelang voor gewonden en zieken die van het Front komen. (1916). Foto van de inspecteur van veldhospitalen Barthel.