Na het falen van het Nivelle-offensief in de streek van de Chemin des Dames in april 1917 en het bevel van het Franse Oppercommando om het offensief tegen hetzelfde doel opnieuw in mei op te nemen, beslisten tal van Franse soldaten ,die terugkeerden naar het Front, om te staken. De staking zou van mei tot juli 1917 duren en 68 legerdivisies op 110 raken. Na de opeenvolging van bloedige offensieven zoals in Verdun en aan de Somme in 1916, waren de Franse "Poilus" ontmoedigd; temeer zij heel weinig contact hadden met hun families door het gebrek aan verloven; zij leden ook onder een manke bevoorrading en een slechte verhouding tussen manschappen en hogere officieren. Door de vermenging van de eenheden aan het Front en de kranten die het Front bereikten, waren de Franse soldaten op de hoogte van wat er op het thuisfront en elders in Europa gebeurde. Zij hadden de indruk dat de burgerbevolking hen in de steek liet. De soldaten wilden dat hun stem door de hogere officieren werd aanhoord en daarom staakten zij.

Na het ontslag van generaal Nivelle op 15 mei 1917, nam het nieuwe hoofd van het leger, generaal Pétain, de zaken in handen. In een eerste faze trad hij hardhandig op tegen de herrieschoppers, hij liet ze fusilleren. In een tweede faze, luisterde hij aandachtig naar de klachten van de gewone soldaat. Eén van zijn  eerste beslissingen was het versoepelen van de verloven, de bevoorrading verbeteren en het stopzetten van de bloedige en nutteloze grootscheepse offensieven.  Er werden heel weinig gewelddaden op officieren gepleegd. De frontsoldaten hebben goed weerstand geboden aan de Duitse aanvallen tijdens deze troebele periode. De Duitsers hadden evengoed een grootscheepse aanval kunnen ontketenen om de Fransen te verdrijven, maar aangezien zij ook teneergeslagen waren door het hoge dodental als resultaat van de vorige offensieven, hebben zij geen speciale aanvallen uitgevoerd.

We zijn dus mijlen ver van de politiek getinte muiterijen in het Russisch leger waar officieren op brutale manier door hun manschappen werden vermoord. Sommige Russische soldaten waren overgelopen naar de vijand.

Toen de Februarirevolutie in Rusland uitbrak in 1917, bevond Lenin (Vladimir Ilitsj Oulianov of Lenin, geboren te Simbirsk, op 22 april 1870 en gestorven te Vichnie Gorki, op 21 januari 1924) zich in Zwitserland en werd door het nieuws verrast. Heel snel begreep hij dat de Bolsjewieken niet opzij mochten gedreven worden door de andere Russische linkse revolutionaire stromingen en moest dringend terug naar Rusland keren. Hij verstuurt radikale revolutionaire artikels naar de Bolsjewieke krant Pravda, waarin hij de val van de Voorlopige Regering eist, maar de redactie verwerpt ze allemaal op één uitzondering na.

In maart 1917, neemt Lenin contact op met de Britten, maar zij bekijken hem met een argwanend oog, want zij willen Rusland in hun kamp behouden. Zij verwerpen dus zijn aanvraag tot hulp. Hulp komt uit een onverwachte hoek : Duitsland. De Duitsers hadden alle baat bij hem te helpen : hij voert zijn revolutie in Rusland tot een goed eind, - een grootmacht minder in het Oosten -  en zij hebben de handen vrij in het Westen.

Op 27 maart 1917, verlaten Lenin en een dertigtal Bolsjewieken en Russische revolutionairen van andere linkse strekkingen Zurich per trein richting Rusland. Een andere trein met Russische revolutionairen volgt. De Russische Kommunisten hebben altijd beweerd dat Lenin in een afgesloten wagon gereisd heeft, dit strookt niet met de waarheid. Hij reisde in een normal reizigerswagon. De Duitsers hadden hem verboden contact op de zoeken met politieke vrienden tijdens de haltes. Het is tijdens deze treinreis dat Lenin zijn April thesissen geschreven heeft, waarin hij de onmiddellijke overgang tot de Socialistische universele revolutie vooropstelt.

Op 3 april 1917 komt hij aan in het Finlandstation van Petrograd, waar hij door een geestdriftige menigte wordt toegejuicht. 's Anderendaags begeeft hij zich naar het Tauridepaleis waar de Voorlopige Regering en de Sovjet van Petrograd zetelen en houdt een vurige redevoering tegen de "bourgeois" revolutie en pleit voor de controle van de Sovjets door de Bolsjewieken en voor de vervanging van de revolutie door een burgeroorlog met het oog op een universele revolutie. Het is duidelijk geworden, dat hij voorstander is van de machtsovername door de Bolsjewieken (Kommunisten). In het begin wordt hij aanzien als een gek, zelfs in zijn eigen kamp. Maar geleidelijk aan organiseert hij zijn Bolsjewiestische revolutie en voert de dictatuur van het proletariaat in.

Na de aftreding van de Tsaar, werd het "Doodsbataljon" in 1917 opgericht door Maria Bochkareva, een Russische vrouw die in 1914 het leger had vervoegd. Het bataljon bestond uit vrouwelijke vrijwilligers, die hun moed wilden tonen aan hun mannelijke strijdmakkers. Zij droegen hetzelfde uniform en haartooi : niet alle vrouwen werden geschoren, enkelen onder hen hielden een haarkuif over.

Na één maand hard trainen, werd deze eenheid bestaande uitsluitend uit meisjes uit de burgerij naar het Front gestuurd. Zij vochten dichtbij de stad Smorgon en leden zware verliezen : de eenheid telde in het begin 2 000 vrouwen, maar na drie maanden gevechten in eerste linie, waren zij nog amper met 250 !

Tijdens de Oktoberrevolutie van 1917, trachten ongeveer 140 vrouwelijke soldaten van deze eenheid met enkele Kozakken en kadetten het Winterpaleis van Petrograd en de Voorlopige Regering te verdedigen. Zij hebbenElles ont refusé de se rendre alors même que les hommes autour d’elles délaissaient les barricades. Ce refus de se rendre était sans doute motivé par la volonté d’éviter le pire. En effet, une fois dans la mains des Bolcheviks, beaucoup de ces femmes ont été physiquement maltraités et quelques unes violées. Elles ont regagné leurs casernes les jours suivants, mais leur bataillon, considéré par Lénine comme « contre-révolutionnaire », a très vite été congédié.

Read more at http://www.tetue.net/le-bataillon-russe-de-la-mort?lang=fr#OFhlXe076vcCzpXO.99


Na de aftreding van de Tsaar, wordt Prins Gueorgui Lvov (° Dresden 2 november 1861 - + Parijs 7 maart 1925) lid van de Grondwettelijke democratische partij, voorzitter van de ministerraad op 15 maart 1917 en vanaf 23 maart minister-president van de Voorlopige Regering van Rusland. Maar aangzezien hij weinig steun kon vinden voor zijn beleid, gaf  hij zijn ontslag in juli 1917. Hij wordt opgevolgd door de enige Socialistische minister van zijn regering, Alexander Kerenski, minister van Defensie. 

Tijdens de straatgevechten in Petrograd, organiseren, op 12 maart 1917, een vijftigtal linkse revolutionairen een  uitvoerende comité van de Sovjet van arbeiders. Hij geeft de eerste Sovjet krant Izvestia uit en roept alle arbeiders en soldaten van het garnizoen van Petrograd op om hun afgevaardigden te kiezen. De Sovjet van Petrograd telt om en bij de 600 leden en het uitvoerende comité wordt door de Georgische revolutionair Nikolaj Tsjcheïdze bestuurd.

In het kamp van de volksvertegenwoordigers van de opgedoekte Doema, blijven de politici ook niet stil. Zij roepen  zichzelf uit tot de Voorlopige Regering en hebben als opdracht orde te herstellen en de soldaten terug naar hun kazerne te sturen. Na harde onderhandelingen tussen de Sovjet en de Voorlopige Regering, werd op 14 maart een overeenkomst gesloten. In afwachting van de verkiezing van een Constituante, erkent de Sovjet van Petrograd de legitimiteit van de  Voorlopige Regering, bestaande uit Liberale leden van de Grondwettelijke democratische partij. De linkse revolutionairen eisen van de nieuwe regering dat zij een breed programma van politieke hervormingen doorvoert met onder meer de erkenning van de basis vrijheden, het algemeen stemrecht, de afschaffing van elke vorm van discriminatie, de erkenning van de rechten van de soldaat-burger en een onmiddellijke amnistie voor alle politieke gevangenen en de soldaten die aan de revolutie hebben deelgenomen.

Vanaf 15 maart 1917, staan twee ideologiën tegen over elkaar : de Liberale Democraten nemen het Westers kapitalistisch model als voorbeeld om de Russische maatschappij te modernizeren en zij voeren de parlementaire democratie in. De Linkse Democraten daarentegen ijveren voor een rechtstreekse vertegenwoordiging van het volk : Volksdemocratie.

Na de aftreding van de Tsaar en de verdwijning van het Tsaristisch regiem, worden de eerste Sovjet verkiezingen gehouden in Petrograd. Ondertussen bereidt de Voorlopige Regering de verkiezingen van een Constituante voor.

De Russische Februarirevolutie uit 1917 heeft een militaire, politieke en klimatologische oorzaak. De Russische bevolking had het hard te verduren tijdens de Eerste Wereldoorlog, de legerleiding was onbekwaam, het leger had een gebrek aan wapens, kleding en voedsel. De opeenvolgende nederlagen ondermijnden het moreel van de Russische bevolking. Daarbij was de meerderheid van de bevolking het regiem van de tsaren beu. En als toppunt was de winter 1916-1917 één van de koudste in Rusland; de steden werden niet meer bevoorraad door de kou, de mechanische onderdelen van de stoomlokomotieven bevroren.

Op 3 maart 1917 was de emmer vol. De arbeiders van de grootste fabriek van Petrograd, Poetilov, gingen in staking. Incidenten deden zich voor op 5 maart wanneer het gerucht van broodrantsoenering de ronde deed. De daaropvolgende dag gingen de deuren van de Poetilov fabriek dicht door gebrek aan wisselstukken. De arbeiders worden op straat gezet. Maar ondertussen verlaat de tsaar zijn hoofdstad. Op 8 maart 1917, betogen massaal de arbeidersvrouwen, studenten en huisvrouwen en eisen brood. Zij krijgen de steun van de stakende arbeiders die het einde van de oorlog en het invoeren van de republiek vragen. Op 9 maart, rukken 150.000 stakende arbeiders op naar het stadscentrum. De Kozakken die geen orders gekregen hadden, werden heel snel onder de voet gelopen.

Op 10 maart worden in alle wijken van de stad meetings gehouden. De algemene staking wordt uitgeroepen. De radicalen eisen het einde van de oorlog en de val van de tsaar. De revolutionaire leiders in Petrograd aanwezig aarzelen om het leiderschap van de betogers op zich te nemen. Nicolaas II reageert als een autocraat, hij roept de staat van beleg uit en geeft order aan het leger om in 24 u de orde te herstellen. De volgende dag 11 maart open de politie en het leger het vuur op de demonstranten, meer dan 150 mensen sneuvelen. De Doema, het Russisch Parlement wordt opgedoekt.

Alles gaat in een versneld tempo. Op 12 maart, weigeren soldaten nog verder op hun broeders te schieten en vervoegen de geledingen van de revolutionairen. Het wapenarsenaal wordt geplunderd. Onder druk van de legerleiding, treedt de tsaar Nicolaas II op 15 maart af ten voordele van zijn broer, groothertog Mikhaïl Alexandrovitsj Romanov. Maar deze laatste, onder hevig protest van de bevolking, verwerpt de kroon. In een mum van tijd is het tsaristisch regiem gevallen.

   

   

Deze Russische pelgrim, avonturier, mysticus, dief en heler, geboortig uit Siberië, heeft een belangrijke rol gespeeld in de val van de Russische keizerlijke familie. Voor de revolutie van 1905, reisde hij af naar St Petersburg om er de tsaar te ontmoeten om hem opnieuw op het rechte pad te brengen, want volgens hem was hij te verwesterd en te ver verwijderd van de Russische ziel. Maar hij heeft hem op dat ogenblik niet gezien. Verontrust door het feit dat zij tot nog toe geen zoon op de wereld gebracht had, zocht de Tsarina altijd de aanwezigheid van mystici en helers.  Eén van die mystici had de geboorte van prins Alexis voorspeld en daarbij was Raspoetin één van zijn vrienden. De groothertogin Militza heeft hem aan de keizerlijke familie voorgesteld. Dankzij zijn medische kennis en zijn gebeden, heeft hij de hemofile crisissen (bloedingen) van de tsarevitsj kunnen verzachten. Onder de charme van Raspoetin, heeft het keizerlijk paar hem op mondaine recepties uitgenodigd en hem aan de adel en aan de hoge burgerij van St Petersburg voorgesteld. Hij had vrienden, maar hij telde eveneens vele vijanden op het Keizerlijk Hof en bij het volk, die hem vreesden en hem van alle kwalen beschuldigden. Hij maakte gretig gebruik van zijn beroemdheid om de binnenlandse politiek van Rusland te beïnvloeden; zo dwarsboomde hij de modernisering van de Russische maatschappij.

Pacifist in hart en nieren, verzette hij zich tegen de oorlog tegen de Centrale machten. In het begin van de oorlog verbleekt de ster van Raspoetin, maar wanneer de militaire toestand onzeker werd, de bevoorrading moeilijker en er een nijpend tekort was wapens, voelde de Tsaar zich gedwongen om het leger vanop het front te leiden. De tsarina werd regentes en Raspoetin raadgever. Na de vele zware nederlagen in 1916, werd Raspoetin met de vinger gewezen en beticht van landverraad.

Geschokt door Raspoetin's schandalige reputatie en verdorven leven, trachtte de familie Romanov hem uit de weg te ruimen. In de nacht van 16 (29) op 17 (30) december 1916, werd hij in de val gelokt door prins Felix Joessoepov en door de samenzweerders (waaronder een prins uit de keizerlijke familie, politici en hoge officieren) vermoord.