Het Duits geweld duurt voort in Brussel, 12 tot 16 november 1918

Op 12 november 1918, vernemen de Brusselaars door de kranten dat een Wapenstilstand op 11 november werd afgekondigd en dat de oorlog gedaan was. De inwoners van de hoofdstad waren dolgelukkig, opgelucht, maar de Duitsers, zelfs al willen ze verbroederen met de bevolking, bezetten nog steeds hun stad. Ondanks het motto van de B.W.P. en van de Conferentie van Burgemeesters, kalmte bewaren en niet verbroederen met de vijand, zijn er Brusselaars en leden van de B.W.P. die dicht bij de Bolsjewieken aanleunen, die de revolutionairen aanmoedigen.

De dagen na de Wapenstilstand worden gekenmerkt door aangroeiend geweld en het toenemen van de plunderingen. Op 12 november 1918 wordt een bekende Brusselse bank, Bank Allard, door zes Duitse soldaten overvallen. Zij hebben 63.650 Mark in casso en daarbij nog eens 51.860 Mark door een kassier gebracht gestolen. Zij hebben beweerd in naam van de nieuwe Duitse regering te handelen, om als waarborg voor mogelijke plunderingen te dienen. Dezelfde groep soldaten heeft nog eens 12.000 Mark en waardepapieren in de Wetstraat gestolen. Elders in de stad werden andere gewelddaden en plunderingen opgetekend: in de Koningsstraat, Noordlaan, Duivenkotstraat, werden meerdere huizen en winkels beroofd met hetzelfde excuus. In enkele dagen tijd werd een totaal bedrag van honderdduizenden Mark in bargeld en in waardepapieren gestolen, evenals 25.000 Franken in juwelen.

De directeur van Bank Allard heeft klacht neergelegd bij de politie en bij de Soldatenraad. Toen de Duitsers dit vernomen konden zij het moeilijk geloven, maar na de bewijsstukken ingekeken te hebben, konden zij niets anders doen dan te beloven het geld terug te geven. Volgens de Nederlandse gezant Van Vollenhove, zou de Duitse overheid inderdaad de slachtoffers vergoeden en soldaten sturen om de banken te beschermen.

De Brusselaars zijn nergens meer in veiligheid. Volgens een krantenartikel zouden soldaten-bandieten gewapender hand in een kroeg zijn binnengetreden en de klanten van al hun bezittingen beroofd hebben.

In de nacht van 12 op 13 november hebben dronken soldaten op de stadswacht geschoten die bij het stadhuis op de Grote Markt op wacht stonden. Gelukkig vielen er geen slachtoffers. De daders werden gevat en bestraft en de Duitse soldaten kregen toen het bevel de stadswacht te eerbiedigen! 

Om de kinderen te beschermen tegen rondvliegende kogels, hebben de schooldirecties van officiële en gemeentescholen aan de ouders gevraagd om hun kinderen thuis te houden. Dit heeft tot na de Blijde Inkomst van het Koninklijk echtpaar geduurd. Om de kalmte in de stad te behouden, moet er alles gedaan worden om de veiligheid van de burgers te waarborgen. De Brusselse Soldatenraad heeft aan het Volkshuis gevraagd enkele vooraanstaande Socialisten (volksvertegenwoordiger Wouters en schepen van de stad Brussel Pladet) te sturen om over de ordehandhaving te spreken.  In de Senaat, heeft  kameraad Freund zijn wens geuit dat de orde zou gehandhaafd worden en daarvoor heeft hij de hulp nodig van de Socialisten. Maar zij zijn gekant tegen het organiseren van Belgisch-Duitse patrouilles en hebben de Brusselse bevolking via aanplakbrieven aangemaand om kalm te blijven en de vijand niet uit te dagen. Trouwens de ordehandhaving is de rol van het stadsbestuur. De Burgemeesters van Groot-Brussel hebben eveneens via aanplakbrieven de bevolking gevraagd de openbare orde niet te verstoren. Zelfs de pers heeft meegewerkt : in een artikel werd de bevolking gevraagd niet dom te ageren, de Koning komt trouwens binnen enkele dagen naar Brussel, het zou dom zijn nu te sterven.

Schepen Lemonnier, waarnemend burgemeester, heeft de Soldatenraad bedreigd Maarschalk Foch op de hoogte de brengen van wat er in Brussel gebeurde, want wat de soldaten doen druist in tegen de voorwaarden van het wapenstilstandsakkoord.

De orde keert terug in Brussel van zodra de Geallieerden in de stad binnenkomen., rond 15 - 16 november 1918.