Op 23 november 1918, woont het Vorstenpaar in het kathedraal van Sint-Goedele een Te Deum bij om God te bedanken voor het goede verloop van de oorlog en voor de behoede thuiskomst van de Koning, het Belgisch leger en de Geallieerde legers. zie ook http://www.14-18.bruxelles.be/index.php/nl/dagelijks-leven/bezetting/galerij-bezetting/2988-het-feest-van-de-dynastie-wordt-naar-een-andere-datum-verschoven-15-november-1918

 


De Brusselse bevolking verwachtte de komst van de Koning en de Koningin sinds 17 november 1918. Geruchten deden de ronde dat de Koning op 20 november zou komen, maar uiteindelijk heeft hij zijn Blijde Intrede gedaan aan het hoofd van twee Belgische divisies en van enkele Geallieerde detachementen op 22 november 1918. Het nieuws verspreidde zich heel snel door de omstreken van Brussel en Brabant en iedereen wou de Koning zien. Aangezien de wegen en de spoorlijnen nog niet waren hersteld, gingen de mensen te voet naar Brussel. De lanen, de de monumenten en de particuliere gebouwen werden met lichtjes en allerhande Geallieerde vlaggen versierd. Het Stadhuis van Brussel was helemaal versierd en leek op een zeilschip. De bevolking was ongeduldig , zij wou absoluut de Koning zien en horen. De laatste keer dat zij hem gezien heeft was op 4 augustus 1914 op weg naar het Parlement. Blijkbaar was de verkleefdheid aan de Monarchie niet verdwenen.

Het volk verzamelde zich langs de weg die het vorstenpaar zou volgen. Om 10 u ontving burgemeester Adolphe Max en de schepenen de Vorst aan de Vlaamsepoort. Daarna volgt het Vorstenpaard de volgende weg :  Vlaamse straat, Sint-Katelijnestraat, de Beurs, Anspachlaan, Adolphe Maxlaan, Kruidtuinlaan, Schaarbeeksepoort, Koningsstraat, Wetstraat en Paleis der Natie, waar hij rond 11 u verwacht werd. In het Parlement houdt hij zijn troonrede waarin hij eerst een eerbetoon brengt aan de gesneuvelde Belgische soldaten, de moed van het Belgisch leger prijst  en de burger bevolking prijst voor haar standvastigheid. Vervolgens legt hij aan de aanwezige parlementsleden de politieke veranderingen (na het overleg van Loppem) uit : Algemeen stemrecht voor alle mannen vanaf 21 jaar, strijd tegen alcoholisme, sociale hygiëne, latere vervlaamsing van de Gentse universiteit en de gerechtelijke vervolging van de Flamingantische activisten. 

Na de troonrede, heeft de Koniung de troepen geschouwd in de Wetstraat en daarbna is hij langs de Koningstraat en het Paleizenplain naar het Koninklijk paleis teruggekeerd. In de namiddag werd het Vosrstenpaar op het Stadhuis van Brussel verwacht voor een receptie.

 

 

In oktober 1918, eisten de linkse partijen, Liberale partij en de Belgische Werklieden Partij (B.W.P.), om in een regering van nationale unie te worden opgenomen, op voorwaarde dat het Algemeen stemrecht voor mannen vanaf 21 jaar onmiddellijk zou ingevoerd worden. De Liberalen hadden nog twee andere voorwaarden : de uitsluiting van het stemrecht voor vrouwen en de uitbreiding van evenredige vertegenwoordiging. De Socialisten eisten ook nog de onvoorwaardelijke afschaffing van artikel 310 uit het strafwetboek dat het stakingsrecht beperkt.

De Katholieken waren verdeeld tussen degenen die zich vastklampten aan de macht, die zij sinds 1884 zonder onderbreking alléén uitoefenden en degenen die tot een transactie wilden komen met de linkse partijen. De Katholieke progressisten, met Jaspar op kop, waren tot een akkoord gekomen en stelden een programma in drie punten voor. Ten eerste de afschaffing van het meervoudig stemrecht en de invoering van het Algemeen stemrecht voor mannen en vrouwen vanaf 25 jaar, zonder leeftijdsbeperking voor militairen. Ten tweede gingen zij akkoord met de invoering van zedenles in de lagere school in ruil voor gelijke subsidiëring. Ten derde wat het taalvraagstruk betrof, vroegen zij dat de tweetaligheid voor ambtenaren werd uitgebreid en dat de Gentse universiteit vernederlandst werd - of althans de vier faculteiten. 

Toen de oorlog eindigde op 11 november 1918, waren de drie partijen nog niet tot een akkoord gekomen. Er waren  twee struikelblokken : het Algemeen stemrecht en de gelijke subsidies voor het Katholiek onderwijs.

De Duitse revolutie in Brussel zou de onderhandelingen versnellen. Franqui en de Spaanse ambassadeur in Brussel hebben aan Paul-Emile Janson voorgesteld naar Loppem te gaan om de koning op de hoogte te brengen van de gevaarlijke toestand in Brussel en hem te vragen de komst van de Belgische troepen te versnellen. In Gent heeft hij Ed. Anseele meegenomen. Samen hebben zij de toestand in Brussel uitgelegd en het politiek programma van de linkse partijen uiteengezet (invoering van het Algemeen stemrecht voor mannen vanaf 21 jaar, zonder Grondwetsherziening).

Op 13 november 1918, toen het Koninklijk echtpaar in Gent zijn Blijde intrede deed, hielden de Koning en Franqui overleg. Het resultaat was dat de katholiek Delacroix de nieuwe eerste minister zou worden en dat het kabinet-Cooreman van Le Havre moest opstappen. De rechter zijde (katholieken) sprak van een "staatsgreep".

Op 14 november 1918, nodigde de Koning in Loppem een tiental prominente staatslieden van de drie traditionele partijen, met uitzondering van Charles Woeste en de Broqueville uit. De Vorst had ze opzettelijk genegeerd. Het overleg duurde niet lang, aangezien het hier ging om het legitimeren van de beslissingen van de Koning en van Franqui. Op dezelfde dag werd Delacroix door de Koning belast met het vormen van de nieuwe regering van nationale unie. We weten niets over de vorming van de regering-Delacroix, maar een ding is zeker, de linkse partijen hebben hun slag thuis gehaald : Algemeen stemrecht voor mannen vanaf 21 jaar en de gelijke vertegenwoordiging werden een feit.

De journalist van de "Pourquoi Pas?" noteert in zijn oorlogsdagboek (Pourquoi Pas? pendant l'occupation, p. 192) dat rond eind Juli - begin Augustus 1918, wanneer de wind in de goede richting waaide, hebben het Belgisch leger en de Bondgenoten ballonnen los gelaten in de richting van Brussel om nieuwberichten en groetjes aan de Brusselaars door te sturen en om de Duitse soldaten te ontmoedigen.

Il schrijft het volgende : "Depuis quelques jours, on nous envoie du front des ballonnets qui, par vent favorable, nous apportent des saluts et des souvenirs. Ainsi, à l'occasion des fêtes nationales, les portraits du Roi et de la Reine sont descendus sur Bruxelles comme une nuée d'oiseaux blancs qui hésitent à se poser. Ce furent ensuite des encouragements à la patience, des assurances que la victoire finale est proche. Enfin, des journaux belges et français nous apportèrent des comptes rendus de la célébration de la fête américaine en France et de celle du 14 juillet.

"Tout cela a été accueilli avec transport. Et, beaucoup de gens - même parmi les moins grincheux - se sont demandés pourquoi, de l'autre coté de la ligne de bataille, on avait attendu quatre ans pour recourir à ce mode de correspondance.

"Mais les ballonnets a déclic automatique et les aéroplanes montés n'adressent pas à nous seuls des communications et ces communications ne consistent pas uniquement en compliments et en souhaits : une propagande intense par la voie des airs - une propagande par le faîte, dit le loustic - s'exerce sur l'armée allemande; rédigés dans une langue modérée et claire, s'appuyant sur des faits et sur des chiffres, ces feuillets volants doivent certainement influencer le soldat; il suffit, pour s'en convaincre, de voir avec quelle fureur les officiers font la chasse à ces petits papiers."

De ballonnetjes komen aan als een witte wolk en geven opnieuw moed aan de Brusselaars, die niet de enige bestemmelingen zijn van de Geallieerde "luchtpost". De Duitse soldaten krijgen van hun kant een gematigde propaganda die hen aanzet in te zien dat zij de oorlog bijna verloren hebben. De officieren reageren heftig en verscheuren de vlugschriften voordat de soldaten de tijd gehad hebben om er kennis van te nemen. 

 

Op 7 februari 1918, komt het Hof van Beroep van Brussel bijeen om de klacht van de wetgevende macht tegen de Raad van Vlaanderen wegens het in gevaar brengen van de veiligheid van het Land, te bestuderen. Een Duitse hoge ambtenaar, Herr Schauer, de functie van Minister van Justitie uitoefend, komt heel snel  ter plekke en bedreigd de procureur-generaal van het Hof van Beroep, Jottrand, dat er vergeldingsacties gaan volgen. Desondanks, houdt het Hof van Beroep zitting in de namiddag en beslist eenparig de Raad van Vlaanderen strafrechtelijk te vervolgen. Er wordt onmiddellijk een procureur des Konings en een onderzoeksrechter aangewezen. Een arrestatiebevel wordt uitgevaardigd tegen de heren Tack, Borms en Lambrichts. De volgende ochtend, vroeg in de morgen, worden twee van de drie verdachten aangehouden (Lambrichts was afwezig). De gouverneur-generaal bevrijdt de twee beschuldigden en neemt beslag op het dossier ten laste. Herr Schauer verklaart dat vanaf nu de Duitsers geen rekening meer zullen houden met de Belgische wetten en de Belgische Gerondwet! Als vergelding op de aanhouding van twee van zijn leden, vraagt de Raad van Vlaanderen aan de gouverneur-generaal dat de magistraten van het Hof van Beroep van hun functie zouden ontheven worden, met verlies van wedde en dat sommigen onder hen naar Duitsland zouden gedeporteerd worden. Vervolgens, vraagt de Raad nog dat de ambtenaren, industriëlen en Volksvertegenwoordigers (o.a. De Vogel, bureelhoofd van de Dienst Openbaar Onderwijs van de Stad Brussel, Lodewijk Franck, Antwerps Volksvertegenwoordiger en Braun, burgemeester van Gent), die van hun macht misbruik maken om de meningsvrijheid van de Activisten te verhinderen, ook zouden worden opgepakt. Gedurende de weekend werden de voorzitter van het Hof van Beroep en drie voorzitters van gerechtelijke kamers door de Duitsers gearresteerd. Hun collega's hoge magistraten beslissen op 11 februari niet meer te zetelen : de hoge magistraten van het Hof van Cassatie heffen alle zittingen op. De advokaten en het Parket vervoegen de stakers op 12 februari. Het Parket houdt zich nog enkel bezig met het opsluiten van verdachten die op heterdaad werden betrapt. Zij worden onmiddellijk in de gevangenis van Vorst opgesloten. Op 12 februari volgt het Handelsgerechtshof. Ondertussen, werden de drie voorzitters van het Hof van Beroep naar Duitsland , Celle-Schloss, waar Adolf Max reeds opgesloten zit, overgebracht. Het Brussels gerecht blijft tot de terugkeer van de Koning in Brussel, in november 1918, in staking. Elders in België wordt de staking meestal gevolgd, maar in de Etappe-gebieden (bv. Gent), blijven de magistraten verder werken om te verhinderen dat de Belgische gerechtshoven gedwongen door Duitse zouden vervangen worden.

De leden van de Raad van Vlaanderen hebben via affiches aangekondigd dat zij in Antwerpen de politieke splitsing tussen Vlaanderen en Wallonië luidkeels zouden verkondigen.

De Antwerpenaars, die door de Brusselaars worden aanzien als Duitsgezinden, hebben de activisten op gepaste wijze ontvangen. In Borgerhout werden zij brutaal onder handen genomen. Ondertussen werd de Beurs van Antwerpen door de Duitsers gevorderd en klaar gemaakt voor de Raad van Vlaanderen. Het gebouw werd door gewapende Duitse soldaten omsingeld. Een propagada abteilung heeft getracht de aankomst van de leden van de Raad van Vlaanderen te filmen, maar zij zijn op Antwerpse patriotten gebotst en de ploeg is moeten vluchten.

De Activisten hebben een andere weg gekozen om aan de Beurs te geraken en daar aangekomen werden zij door vijandige Antwerpenaars ontvangen die de Vlaamse vlag vernield hebben. De Duitsers zijn tussen beide gekomen. Na de vergadering, gaan de leden van de Raad van Vlaanderen, door Duitse soldaten beschermd, naar het Monument ter ere van H. Conscience. Op de Meire worden zij door een woelige menigte uitgefloten, uitgescholden en soms met stokken geslagen. Vooraan de stoet marcheren Duitse soldaten, daarachter volgen Flaminganten met een spandoek 'Vlaanderen aan de Vlamingen", een fanfare, vrouwen en jonge meisjes, leden van de Raad van Vlaanderen en studenten van de Universiteit von Bissing.

De Antwerpeanaars hebben aan de Brusselaars bewezen dat zij zeer gehecht zijn aan België. Vanuit alle hoeken kwamen burgers die de "Brabançonne" en de "Marseillaise" zongen.

Vanaf 1915, hadden de Duitsers aan de Brusselaars verboden de Nationale feestdag - 21 juli - te vieren en dus ook op 21 juli 1917.

Zoals op andere Nationale feestdagen hebben de Brusselse scholen beslist vrijaf te geven aan hun leerlingen en de kantoren hebben hun bedienden naar huis gestuurd. Burgers wandelen in zondagse kledij op de grote lanen.

In het kathedraal werd  een mis opgedragen aan de Koning en aan het Vaderland, gevolgd door een grote menigte. Tijdens de Brabançonne juichten en schreeuwden de kerkgangers hun gehechtheid aan de Koning, aan het land en aan het Leger.

Aan de uitgang van het kathedraal wachtten enkele Vlaamse Activisten Mgr Mercier op, maar hij was die dag afwezig.

Bron : GILLE (Louis), OOMS (Alphonse) et DELANDSHEERE (Paul), Cinquante mois d'occupation allemande, III. 1917, Bruxelles, 1919, pp. 345 - 346.