De Bondgenoten bezetten het Rijnland, 26 november 1918 - 1929

Volgens paragraaf V hoofdstuk A van de Wapenstilstandsovereenkomst bekrachtigd door het Verdrag van Versailles (28 juni 1919), dienden de Duitsers zich achter een neutrale zone van 10 km diep terug te trekken en de Geallieerde troepen moesten de rechteroever van de Rijn bezetten en controle uitoefenen op een dertigtal km rond drie bruggenhoofden : Mainz, Koblenz en Keulen. In het begin waren de Bondgenoten het eens dat de overwinnaars de Duitsers moesten overtuigen en doen aanvoelen dat zij de oorlog hadden verloren en vermijden dat de Duitsers opnieuw de wapens zouden opnemen. Later ontstond er onenigheid in het Geallieerde kamp, aan de ene kant de Britten en de Amerikanen die van mening waren dat Duitsland opnieuw een welvarend land moest zijn en dat men met de locale bevolking en overheden diende samen te werken. De Fransen en de Belgen waren nog steeds van mening dat Duitsland moest opdraaien voor de toegebrachte oorlogsellende in hun land.

Op 15 november 1918, stelt Maarschalk Foch de regels op die in de bezette gebieden van toepassing zijn, zonder de Conventie van Den Haag uit 1907 uit het oog te verliezen. De Hoge Intergeallieerde Commissie oefende controle uit op alle Geallieerde en locale besturen, op politiek, militair en economisch gebied. 

In de praktijk, wordt de rechteroever in vier bezettingszones verdeeld : 21 Franse divisies bezetten de zone tussen Landau en Bingen (hoofdplaats : Mainz); de British army on the Rhine bezet de zone tussen Bonn en Düsseldorf (hoofdplaats: Keulen); de American Forces in Germany de zone tussen Bingen en Bonn (hoofdplaats Koblenz) en 5 Belgische divisies de zone tussen Düsseldorf en de Nederlandse grens (hoofdplaats Aken en Krefeld).

Vanaf 26 november 1918 , trekken de eerste Geallieerde troepen de grens met Duitsland over. In het begin waren de Geallieerden op hun hoede. De Britten stuurden verkenningseenheden naar Keulen om zich te vergewissen dat alles veilig was. Op 6 december 1918 geven de Britten een troepenschouwing met ruiterij, infanterie, geschut en pantserwagens. De Geallieerde soldaten kregen het verbod met de Duitse bevolking (de "Moffen") te verbroederen. De Duitse bevolking kreeg de raad de nederlaag en de bezetting te aanvaarden en geen weerstand te bieden en haar onverschilligheid te tonen. Vele Duitsers waren verheugd door de komst van de Geallieerde troepen, van wie zij hoopten dat zij de orde opnieuw zouden herstellen. De middenklasse was bang voor de Bolsjewieken en hun bloedige revolutie. Er ontstond een vriendschappelijke relatie tussen de Amerikanen en de Britten enerzijds en de Duitse bevolking anderzijds. De tegenwoordigheid van deze soldaten was zeer op prijs gesteld. De handel kwam heel snel terug op gang in deze twee bezettingsgebieden. Aangezien de Britse blokkade nog gedurende enkele jaren ging duren, gaven de Britse soldaten voedselrantsoenen aan de hongerlijdende bevolking. De Belgen en de Fransen waren niet goed gezien, de Fransen werden zelfs gehaat, door hun brutale houding jegens de Duitse bevolking die voor hen nog steeds de "Boches" waren en als oorlogsmisdadigers moesten beschouwd worden.

Volgens het Vredesverdrag van Versailles, moesten de Geallieerde troepen gedurende 5 à 15 jaar het Rijnland bezetten. De duur hing af van gebied tot gebied af. De American Forces in Germany zijn slechts tot in 1923 gebleven en werden toen door Franse legereenheden vervangen, terwijl de Britten, Fransen en Belgen tot in 1929 gebleven zijn. De laatste Franse legereenheid heeft het Duitsland eind juni 1930 verlaten.