Brussel davert door explosies, 17 - 18 november 1918

Voor de gewelddadige evenementen van 17 en 18 november 1918, maakte men al gewag van een explosie in het spoorwegstation van Asse. Het Brussels Stadsbestuur heeft een agent ter plaatse gestuurd om te gaan kijken. Op 13 november 1918, heeft Einstein, lid van de Soldatenraad, waarnemend burgemeester Steens verwittigd dat hij vanaf 14 november de controle over de Brusselse stations terug aan de gemeentelijke overheden gaf. De Duitsers verlieten de stations, de sporen en de treinen die er geparkeerd stonden. Als er iets gebeurd dan moeten de gemeentebesturen er voor opdraaien. Ondertussen waren Duitse soldaten bezig de goederenwagons leeg te maken en de inboedel te verkopen aan arme lieden. Onder de inboedel bevonden zich wapens, die de Duitsers volgens de voorwaarden van de Wapenstilstand aan de Belgische overheden hadden moeten overhandigen. Waarnemend burgemeester van Brussel laat er geen gras over groeien en beveelt zijn collega van Sint-Gillis zo vlug mogelijk politieversterking te sturen naar het Zuidstation om het te beschermen en te bewaken. Turn en Taxis wordt door gewapende bendes geteisterd, de politie voelt zich onmachtig. In Koekelberg lopen tieners met wapens rond. De toestand is kritiek en dreigt uit de hand te lopen.  Alle stations van de Brusselse agglomeratie zijn bedreigd : Turn en Taxis, Brussel-West, Brussel-Zuid, Schaarbeek, Vorst, Jette, Luxemburg, Groendreef, Watermaal-Bosvoorde en Etterbeek. Op 16 november worden er reeds incidenten gesignaleerd in het Zuidstation en in het rangeerstation van Schaarbeek-Haren. Ondanks de politieversperringen komen er meer en meer arme mensen naar de stationsemplacementen om goederen te stelen. 

Kort na de officiële afkondiging van de bevrijding van Brussel op 17 november 1918 wordt een hevige explosie gehoord en gevoeld. In het Zuidstation waren twee munitietreinen tegelijkertijd ontploft. Chaos alom : doden en gewonden liggen op de grond te midden van brandende wagons; aanpalende huizen zijn vernield of zwaar gehavend. De brandweer van Sint-Gillis is snel trer plaatse, maar kan niet veel doen wegens de hevige branden. Enkele Amerikaanse officieren zouden een handje toegestoken hebben. Men hoort nog ontploffingen tot  8u00 s'avonds. In het Noordstation is er minder materiële schade.  De politie is nog steeds ter plaatse bij Turn en Taxis. s'Nachts zijn rode glooiingen te zien boven Brussel. Toen was de politie ervan overtuigd dat de Duitsers met opzet de munitiewagons tot ontploffing hebben gebracht. De plunderaars warenc er zich niet van bewust dat zij in levensgevaar verkeerden. Zij bleven ter plekke en wanneer de wagons ontploften verloren velen onder hen  het leven. In het Zuidstation en op emplacement van Schaaerbeek-Haren telde men 15 doden (5 vrouwen, 9 mannen en  een onherkenbaar persoon) en 36 gewonden in hospitalen door dokters verzorgd (11 vrouwen en 25 mannen). De schade aan gebouwen, rails, signalen, locomotieven en wagons was enorm. Ongeveer 2.300 huizen werden beschadigd... Elders in de stad werden explosieven gevonden : Justitiepaleis, Park van Brussel en andere gebouwen eerder door de Duitsers gebruikt. Gelukkig werden al deze bommen tijdig onschadelijk gemaakt.

Wie waren de schuldigen? Volgens de Belgische en de Brusselse overheden van die tijd en tal van "getuigen" waren de terugtrekkende Duitsers de geschikte boosdoeners. Sommige getuigen spreken van Italiaanse krijgsgevangenen pf van plunderaars. Volgens recente studies zijn er geen bewijzen dat de Duitsers de schuldigen zijn. Het gaat hier dus om brute pech en om onwetendheid en dwaasheid van de burgerbevolking