22 februari 1917 opeising koperen voorwerpen

De verordening van de Duitse Gouverneur generaal van 13 december 1916 verwittigt dat vanaf 22 februari 1917 alle non-ferro huishoudvoorwerpen, zoals koper, tin, en nickel zouden opgeëist worden. In een eerste fase mochten de vrijwillige burgers hun koperen voorwerpen naar een verzamelplaats, o.a. station Luxemburg en het Brouwershuis (op de Grote Markt) brengen. In een tweede fase (op 6 maart), werden de Brusselaars door de Belgische lokale politie opgeroepen hun koperen voorwerpen naar verplichte verzamelplaatsen te vervoeren. In het begin, waren de voorwerpen met een artistieke of historische waarde vrijgesteld. Later werden de huizen van de "fraudeurs" doorzocht.