Harde winter en tijdelijke sluiting van de scholen 1916-17

De winter 1916-1917, en meer precies de maanden januari en februari 1917, waren uitzonderlijk koud. Die winter was hard omdat de Brusselaars leden onder een gebrek aan steenkool, als gevolg van de Duitse opeisingen. Vrouwen met kinderen, ouderen zonder geld werden doodgevroren aangetroffen in hun woning. Op 14 februari 1917 meldde het Duitse bestuur per post dat hij geen steenkool meer zou leveren aan de schoolinstellingen van Groot Brussel en dat de scholen die geen voorraad steenkool meer hadden hun deuren moesten sluiten.  Ondanks het feit dat de Stad Brussel een voorraad steenkool had opgeslagen om de scholen en de arme Brusselaars bij te staan, werd zij verplicht al haar scholen te sluiten : geen uitzondering! De leerkrachten en de leerlingen gaan in het verzet en vergaderen in garages, werkruimten, private woningen, enz. om op die manier aan de Polizei te ontkomen. Maar sommigen, die door verklikkers waren verraden, werden door de Duitse politie opgepakt en opgesloten. De vrije scholen uit het Brussels gewest ondergingen dezelfde "pesterijen".

Medio april 1917, mochtren de scholen heropenen, maar aangezien de schoollokalen niet mochten verwarmd worden, gingen zij heel snel weer dicht.

Om energie te besparen, moesten de winkels één uur vroeger sluiten dan gewoonlijk (17u00 in plaats van 18u00) en de uitstalramen mochten niet verlicht worden.