De verordening van de Duitse Gouverneur generaal van 13 december 1916 verwittigt dat vanaf 22 februari 1917 alle non-ferro huishoudvoorwerpen, zoals koper, tin, en nickel zouden opgeëist worden. In een eerste fase mochten de vrijwillige burgers hun koperen voorwerpen naar een verzamelplaats, o.a. station Luxemburg en het Brouwershuis (op de Grote Markt) brengen. In een tweede fase (op 6 maart), werden de Brusselaars door de Belgische lokale politie opgeroepen hun koperen voorwerpen naar verplichte verzamelplaatsen te vervoeren. In het begin, waren de voorwerpen met een artistieke of historische waarde vrijgesteld. Later werden de huizen van de "fraudeurs" doorzocht.


De winter 1916-1917, en meer precies de maanden januari en februari 1917, waren uitzonderlijk koud. Die winter was hard omdat de Brusselaars leden onder een gebrek aan steenkool, als gevolg van de Duitse opeisingen. Vrouwen met kinderen, ouderen zonder geld werden doodgevroren aangetroffen in hun woning. Op 14 februari 1917 meldde het Duitse bestuur per post dat hij geen steenkool meer zou leveren aan de schoolinstellingen van Groot Brussel en dat de scholen die geen voorraad steenkool meer hadden hun deuren moesten sluiten.  Ondanks het feit dat de Stad Brussel een voorraad steenkool had opgeslagen om de scholen en de arme Brusselaars bij te staan, werd zij verplicht al haar scholen te sluiten : geen uitzondering! De leerkrachten en de leerlingen gaan in het verzet en vergaderen in garages, werkruimten, private woningen, enz. om op die manier aan de Polizei te ontkomen. Maar sommigen, die door verklikkers waren verraden, werden door de Duitse politie opgepakt en opgesloten. De vrije scholen uit het Brussels gewest ondergingen dezelfde "pesterijen".

Medio april 1917, mochtren de scholen heropenen, maar aangezien de schoollokalen niet mochten verwarmd worden, gingen zij heel snel weer dicht.

Om energie te besparen, moesten de winkels één uur vroeger sluiten dan gewoonlijk (17u00 in plaats van 18u00) en de uitstalramen mochten niet verlicht worden.

Ondanks het verbod op het vieren van het Koningsfeest op 15 november, hebben Brusselse patriotten Duitsers uitgescholden na de Mis. Als vergelding, heeft Luitenant generaal von Hurt, gouverneur van Brussel en van Brabant, de avondklok ingesteld voor alle Brusselaars (agglomeratie inbegrepen) tussen 20u30 en 04u00 s'morgens. De straf gaat in vanaf 21 november voor een onbepaalde tijd. Daarbij moeten alle openbare horecabedrijven, winkels, enz. om 20u00 sluiten.

In de praktijk, was er vanaf 19u30 niemand meer op straat. Iedereen trachtte voor 19u30 per tram naar huis te keren. Enkele trams reden nog. De stads sfeer was luguber. Voor enkele theaters was de maatregel de doodsteek, zoals voor de Théâtre des Galeries die onlangs weer openging. Anderen nog veranderden hun programma's; de voorstellingen hadden in de voormiddag plaats, op woensdag, donderdag en zondag.

Uiteindelijk wordt op 18 december de avondklok opgeheven, maar er was geen reden tot juichen. Baron von Bissing, generaal gouverneur voor België besliste wegens een gebrek aan grondstoffen de verlichting in de winkels te verbieden en dus de winkels te sluiten om 19u00. Enkel de apotheken, de winkels waar voeding, tabak, sigaren en sigaretten werden verkocht mochten open blijven. De horecazaken, de schouwburgen en de bioscopen moesten om 22u00 sluiten. De meeste Brusselaars hadden geen zin meer om te lachen.

Voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in Augustus 1914, had het Belgisch Parlement bijna het wetsvoorstel Franck-Van Cauwelaert-Anseele met betrekking tot de vernederlandsing van de Gentse Hogeschool goedgekeurd. Was er geen oorlog geweest, dan zou er een Vlaamse universiteit het daglicht gezien hebben te Gent in Januari 1915.

Tijdens de oorlog waren de Flaminganten verdeeld over het te volgen beleid. Moesten de eisen van de Vlaamse Beweging in de koelkast gestopt worden tot de komst van betere tijden (Passivisten) of moest men de hulp van de Duitse bezetter inroepen om de vernederlandsing van de Gentse Universiteit te bekomen (Activisten)? Reeds in Januari 1915, hadden de Activisten bij de Duitse regering in Berlijn aangedrongen om de vervlaamsing van de Gentse Hogeschool waar te maken. De Passivisten, daarentegen, deden beroep op de vaderlandsliefde van de Vlamingen om de Vlaamse politiek van de Duitsers (Flamenpolitik) niet te ondersteunen. Op 30 december 1915, kondigde Gouverneur - generaal von Bissing aan dat de Universiteit van Gent zou vervlaamsd worden.

In Januari 1916, ondertekenen 38 gezaghebbende Flaminganten (waaronder L. Franck, Ed. Anseele, Paul Fredericq en August Vermeylen) het zogenaamde "Auto-Rekwest"  waarin zij de inmenging van de Duitse overheid in een binnenlands vraagstuk veroordeelden. De Gouverneur - generaal antwoordde hen met bedreigingen in het geval zij de kwestie van de vernederlandsing van de Gentse Universiteit als anti-duits propagandamiddel zouden gebruiken. De meerderheid van het professorenkorps weigerde les te geven aan de nieuwe universiteit. Paul Fredericq en Henri Pirenne werden gearresteerd en naar Duitsland gedeporteerd. Het verzet van de hoogleraren werd hierdoor niet teneergeslagen.

Ondanks de felle tegenkantingen van het professorenkorps, van de Belgische Kerk en van de Gentse bevolking, droeg op 21 oktober 1916, de Gouverneur - generaal de leiding van de opnieuw geopende Universiteit over aan rector Peter Hoffmann. Op 24 oktober 1916 werd het nieuwe academiejaar plechtig geopend door een redevoering van rector P. Hoffmann.

Tot het einde van de oorlog waren de Passivisten fel gekant tegen de "Duitse" Universiteit van Gent. Op het einde van de oorlog vluchtten enkele professoren en studenten naar Duitsland waar zij hoopten hun cursus of hun studies verder te zetten.

Na de Wapenstilstand, werd de Vlaamse Universiteit van Gent opgedoekt en de Franstalige UG opnieuw in het leven geroepen. De Universiteit van Gent werd pas echt Vlaams na de stemming van de wet op 2 april 1930.

 

Les Passivistes protesteront continuellement jusqu'à la fin de la guerre contre l'Université von Bissing. Immédiatement après l'Armistice, l'Université flamande de Gand a été supprimée et remplacée par l'ancienne Université francophone. L'Université de Gand ne deviendra flamande qu'après le 2 avril 1930, jour où la loi a été votée au Parlement.

 

Duitse officieren stappen uit hun wagen in een dorpstraat (november 1916). Foto van hulp krijgsgeneesheer Dr Harlandt.

Twee schildwachtershuisjes voor de deur van het Brouwershuis op de Grote Markt van Brussel.

Een Duitse MP houdt de wacht voor de Beurs in Brussel.